gelijkrichten
werkwoordBetekenis
- dezelfde richting laten krijgen
- wisselstroom in gelijkstroom veranderen
Vervoeging van gelijkrichten
gelijkrichtenhele werkwoord — richtte gelijkverleden tijd enkelvoud — richtten gelijkverleden tijd meervoud — gelijkgerichtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | richt gelijk | richtte gelijk |
| jij | richt gelijk | richtte gelijk |
| hij, zij, het | richt gelijk | richtte gelijk |
| wij | richten gelijk | richtten gelijk |
| jullie | richten gelijk | richtten gelijk |
| zij | richten gelijk | richtten gelijk |
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gelijkgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gelijkgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gelijkgericht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelijkgericht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelijkgericht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelijkgericht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelijkgericht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelijkgericht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelijkgericht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelijkgericht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelijk te richten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelijk te zullen richten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelijk zal richten | bijzin, toekomende tijd |
| gelijk zou richten | bijzin, voorwaardelijk |
| gelijk zouden richten | bijzin, voorwaardelijk |
| gelijk zoudt richten | bijzin, voorwaardelijk |
| gelijk zullen richten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelijk zullen richten | bijzin, toekomende tijd |
| gelijk zult richten | bijzin, toekomende tijd |
| gelijkgericht | verleden tijd, deelwoord |
| gelijkgericht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelijkgericht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelijkgericht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelijkgericht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelijkgericht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelijkgericht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelijkgericht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelijkgericht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelijkgericht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelijkgericht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelijkricht | bijzin, tegenwoordige tijd |
| gelijkrichtend | onvoltooid, deelwoord |
| gelijkrichtte | bijzin, verleden tijd |
| gelijkrichtten | bijzin, verleden tijd |
| had gelijkgericht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelijkgericht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelijkgericht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelijkgericht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelijkgericht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelijkgericht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelijkgericht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelijkgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelijkgericht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelijkgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelijkgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelijkgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelijkgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelijkgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelijkgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gelijkgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gelijkgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| richt gelijk | gebiedende wijs |
| richtte gelijk | verleden tijd |
| te hebben gelijkgericht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen gelijkrichten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gelijkgericht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelijkgericht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gelijkgericht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelijkgericht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gelijkgericht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gelijkgericht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gelijkgericht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gelijkgericht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gelijkgericht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gelijkgericht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gelijkgericht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gelijkgericht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gelijkgericht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gelijkgericht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gelijkgericht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gelijkgericht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gelijkgericht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gelijkgericht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gelijkgericht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gelijkgericht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gelijkgericht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelijkgericht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelijkgericht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gelijkgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelijkgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gelijkgericht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelijkgericht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gelijkrichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal gelijkrichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal gelijkrichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gelijkrichten | bijzin, toekomende tijd |
| zijn gelijkgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gelijkgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gelijkgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gelijkgericht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gelijkgericht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelijkgericht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelijkgericht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gelijkgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelijkgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gelijkgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelijkgericht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelijkgericht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelijkgericht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gelijkrichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou gelijkrichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou gelijkrichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gelijkrichten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) gelijkrichten gelijk zou(dt) richten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden gelijkgericht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelijkgericht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelijkgericht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelijkgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gelijkgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gelijkgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelijkgericht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelijkgericht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelijkgericht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelijkrichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gelijkrichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gelijkrichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gelijkrichten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt gelijkgericht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelijkgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelijkgericht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelijkrichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gelijkrichten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen gelijkgericht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelijkgericht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelijkgericht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelijkgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gelijkgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gelijkgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelijkgericht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelijkgericht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelijkgericht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelijkrichten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen gelijkrichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gelijkrichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gelijkrichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gelijkrichten | bijzin, toekomende tijd |
| zult gelijkgericht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelijkgericht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van gelijk en richten
Woordfamilie van gelijkrichten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelijkgericht | voltooid deelwoord | gelijkrichten |
| gelijkricht | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | gelijkrichten |
| gelijkrichte | with-subordinate-clause | gelijkrichten |
| gelijkrichtend | onvoltooid deelwoord | gelijkrichten |
| gelijkrichtende | woordvorm | gelijkrichten |
| gelijkrichtte | subordinate-clause, verleden tijd | gelijkrichten |
| gelijkrichtten | subordinate-clause, verleden tijd | gelijkrichten |
| richt gelijk | gebiedende wijs | gelijkrichten |
| richte gelijk | woordvorm | gelijkrichten |
| richten gelijk | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | gelijkrichten |
| richtte gelijk | verleden tijd | gelijkrichten |
| richtten gelijk | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | gelijkrichten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gelijkrichten zijn vastgelegd.