geilbekken
werkwoord ˈɣɛilbɛkə(n)Betekenis
- wellustig praten, vuilbekken
Hoe spreek je geilbekken uit?
/ˈxɛilbɛkən/
Geilbekken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ɛi | trein |
| l | land |
| b | bak |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van geilbekken
geilbekkenhele werkwoord — geilbekteverleden tijd enkelvoud — geilbektenverleden tijd meervoud — gegeilbektvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | geilbek | geilbekte |
| jij | geilbekt | geilbekte |
| hij, zij, het | geilbekt | geilbekte |
| wij | geilbekken | geilbekten |
| jullie | geilbekken | geilbekten |
| zij | geilbekken | geilbekten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gegeilbekt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gegeilbekt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gegeilbekt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gegeilbekt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gegeilbekt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gegeilbekt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gegeilbekt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gegeilbekt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gegeilbekt | verleden tijd, deelwoord |
| gegeilbekt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegeilbekt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geilbek | gebiedende wijs |
| geilbekke | aanvoegende wijs |
| geilbekkend | onvoltooid, deelwoord |
| geilbekte | verleden tijd |
| had gegeilbekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gegeilbekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gegeilbekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gegeilbekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gegeilbekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gegeilbekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gegeilbekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gegeilbekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegeilbekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gegeilbekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegeilbekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gegeilbekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gegeilbekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegeilbekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegeilbekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te geilbekken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gegeilbekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen geilbekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gegeilbekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegeilbekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gegeilbekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal geilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal geilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gegeilbekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegeilbekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegeilbekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou geilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou geilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gegeilbekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegeilbekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegeilbekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gegeilbekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gegeilbekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegeilbekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegeilbekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geilbekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen geilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gegeilbekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van geil bn en bekken ww
Woordfamilie van geilbekken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gegeilbekt | voltooid deelwoord | geilbekken |
| geilbek | gebiedende wijs | geilbekken |
| geilbekke | aanvoegende wijs | geilbekken |
| geilbekkend | onvoltooid deelwoord | geilbekken |
| geilbekkende | woordvorm | geilbekken |
| geilbekt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | geilbekken |
| geilbekte | verleden tijd | geilbekken |
| geilbekten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | geilbekken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geilbekken zijn vastgelegd.