gehoorzamen
werkwoord ɣəˈhorzamə(n)Betekenis
- gevolg geven aan een opdracht of bevel
Hoe spreek je gehoorzamen uit?
/xəˈhorzamən/
Gehoorzamen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| h | hoed |
| o | boot |
| r | rood |
| z | zon |
| a | maan |
| m | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van gehoorzamen
gehoorzamenhele werkwoord — gehoorzaamdeverleden tijd enkelvoud — gehoorzaamdenverleden tijd meervoud — gehoorzaamdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | gehoorzaam | gehoorzaamde |
| jij | gehoorzaamt | gehoorzaamde |
| hij, zij, het | gehoorzaamt | gehoorzaamde |
| wij | gehoorzamen | gehoorzaamden |
| jullie | gehoorzamen | gehoorzaamden |
| zij | gehoorzamen | gehoorzaamden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gehoorzaam | gebiedende wijs |
| gehoorzaamd | verleden tijd, deelwoord |
| gehoorzaamd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehoorzaamd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gehoorzaamde | verleden tijd |
| gehoorzame | aanvoegende wijs |
| gehoorzamend | onvoltooid, deelwoord |
| had gehoorzaamd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gehoorzaamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gehoorzaamd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gehoorzaamd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gehoorzaamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gehoorzaamd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gehoorzaamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gehoorzaamd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehoorzaamd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gehoorzaamd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehoorzaamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gehoorzaamd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gehoorzaamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehoorzaamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehoorzaamd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te gehoorzamen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gehoorzaamd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen gehoorzamen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gehoorzaamd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehoorzaamd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gehoorzaamd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gehoorzamen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal gehoorzamen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal gehoorzamen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gehoorzaamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehoorzaamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehoorzaamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gehoorzamen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou gehoorzamen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou gehoorzamen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gehoorzaamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehoorzaamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehoorzaamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gehoorzamen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gehoorzamen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gehoorzamen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gehoorzaamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gehoorzamen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gehoorzaamd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gehoorzaamd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gehoorzaamd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gehoorzamen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen gehoorzamen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gehoorzamen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gehoorzamen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gehoorzaamd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gehoorzamen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van gehoorzaam met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van gehoorzamen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gehoorzaamd | voltooid deelwoord | gehoorzamen |
| gehoorzaamde | verleden tijd | gehoorzamen |
| gehoorzaamden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | gehoorzamen |
| gehoorzaamt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | gehoorzamen |
| gehoorzamend | onvoltooid deelwoord | gehoorzamen |
| gehoorzamende | woordvorm | gehoorzamen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gehoorzamen zijn vastgelegd.