Naar de inhoud

gebeuren

plaatshebben, werkelijkheid worden

gebeuren is meer dan één woord

gebeuren

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ɣə'bɵːrə(n)/

Betekenis

  1. plaatshebben, werkelijkheid worden
  2. geheel van voorvallen met de ermee verbonden effecten

Hoe spreek je gebeuren uit?

/xəˈbɵrən/

Gebeuren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /xəˈbɵrən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
x acht
ə de
b bak
ɵ put
r rood
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van gebeuren

gebeurenhele werkwoord — gebeurdeverleden tijd enkelvoud — gebeurdenverleden tijd meervoud — gebeurdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik gebeur gebeurde
jij gebeurt gebeurde
hij, zij, het gebeurt gebeurde
wij gebeuren gebeurden
jullie gebeuren gebeurden
zij gebeuren gebeurden
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben gebeurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gebeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
gebeur gebiedende wijs
gebeurd verleden tijd, deelwoord
gebeurd te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebeurd zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebeurde verleden tijd
gebeure aanvoegende wijs
gebeurend onvoltooid, deelwoord
is gebeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gebeurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te gebeuren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn gebeurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen gebeuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gebeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebeurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gebeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebeurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebeurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gebeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gebeurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal gebeurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebeurd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebeurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gebeuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal gebeuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal gebeuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gebeurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gebeurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gebeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gebeurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gebeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gebeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gebeuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou gebeuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou gebeuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gebeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebeuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gebeuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gebeuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gebeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebeuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gebeurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebeurd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebeurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebeuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen gebeuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gebeuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gebeuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gebeurd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebeuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘voorvallen’ voor het eerst aangetroffen in 1272

Woordfamilie van gebeuren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gebeur gebiedende wijs gebeuren
gebeurden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon gebeuren
gebeure aanvoegende wijs gebeuren
gebeurend onvoltooid deelwoord gebeuren
gebeurende woordvorm gebeuren
gebeurens meervoud gebeuren
gebeurt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon gebeuren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gebeuren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over gebeuren

Hoe spreek je gebeuren uit?
De uitspraak van gebeuren is: /ɣə'bɵːrə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent gebeuren?
Gebeuren is een werkwoord. Het woord betekent: plaatshebben, werkelijkheid worden. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je gebeuren?
Je vervoegt gebeuren als volgt: de tegenwoordige tijd is gebeur, de verleden tijd is gebeurde en het voltooid deelwoord is gebeurd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord gebeuren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. E 1
  3. B 3
  4. E 1
  5. U 4
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

gebeuren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. E 1
  3. B 4
  4. E 1
  5. U 2
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

gebeuren in het kort

gebeuren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van gebeuren zijn 33 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort gebeuren bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

gebeuren: plaatshebben, werkelijkheid worden
Deel gebeuren — standaardnederlands.nl