Naar de inhoud

garneren

versieren van voeding

garneren

werkwoord

Betekenis

  1. versieren van voeding

Vervoeging van garneren

garnerenhele werkwoord — garneerdeverleden tijd enkelvoud — garneerdenverleden tijd meervoud — gegarneerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik garneer garneerde
jij garneert garneerde
hij, zij, het garneert garneerde
wij garneren garneerden
jullie garneren garneerden
zij garneren garneerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gegarneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gegarneerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gegarneerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gegarneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gegarneerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gegarneerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gegarneerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gegarneerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
garneer gebiedende wijs
garneerde verleden tijd
garnere aanvoegende wijs
garnerend onvoltooid, deelwoord
gegarneerd verleden tijd, deelwoord
gegarneerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegarneerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gegarneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegarneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegarneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegarneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegarneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegarneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegarneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegarneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegarneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegarneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegarneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegarneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegarneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegarneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegarneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te garneren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegarneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen garneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal garneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal garneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal garneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gegarneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegarneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegarneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou garneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou garneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou garneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gegarneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegarneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegarneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden garneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden garneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden garneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gegarneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegarneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegarneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt garneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gegarneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen garneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen garneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen garneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen garneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gegarneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegarneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegarneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult garneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gegarneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘versieren’ voor het eerst aangetroffen in 1773

Woordfamilie van garneren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
garneer gebiedende wijs garneren
garneerde verleden tijd garneren
garneerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon garneren
garneert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon garneren
garnere aanvoegende wijs garneren
garnerend onvoltooid deelwoord garneren
garnerende woordvorm garneren
gegarneerd voltooid deelwoord garneren
gegarneerde woordvorm garneren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van garneren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over garneren

Wat betekent garneren?
Garneren is een werkwoord. Het woord betekent: versieren van voeding.
Hoe vervoeg je garneren?
Je vervoegt garneren als volgt: de tegenwoordige tijd is garneer, de verleden tijd is garneerde en het voltooid deelwoord is gegarneerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord garneren is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. A 1
  3. R 2
  4. N 1
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

garneren levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. A 1
  3. R 2
  4. N 1
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 zonder bonus
  10. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

garneren in het kort

garneren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van garneren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort garneren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

garneren: versieren van voeding
Deel garneren — standaardnederlands.nl