gambiet
zelfstandig naamwoordBetekenis
- schaakopening waarbij een pion of ander schaakstuk wordt geofferd, in ruil voor een kansrijkere positie
- gedurfde handeling waarbij je een opponent probeert te brengen tot gedrag dat uiteindelijk in zijn nadeel werkt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gambieten | meervoud |
| gambietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gambietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
via Frans gambit, uit Italiaans gambetto, in de betekenis "schaakopening" aangetroffen vanaf 1830 (zie vindplaats hieronder)
Woordfamilie van gambiet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gambieten | meervoud | gambiet |
| gambietje | verkleinwoord | gambiet |
| gambietjes | verkleinwoord meervoud | gambiet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gambiet zijn vastgelegd.