schaakstuk
zelfstandig naamwoord /ˈsxakstʌk/Betekenis
- een onderdeel van het schaken dat over het schaakbord bewogen wordt
Hoe spreek je schaakstuk uit?
/ˈsxakstʌk/
Schaakstuk bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| a | maan |
| k | kat |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schaakstukje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schaakstukjes | verkleinwoord, meervoud |
| schaakstukken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van schaak ww en stuk
Woordfamilie van schaakstuk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schaakstukje | verkleinwoord | schaakstuk |
| schaakstukjes | verkleinwoord meervoud | schaakstuk |
| schaakstukken | meervoud | schaakstuk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schaakstuk zijn vastgelegd.