Naar de inhoud

galopperen

in galop - de snelste gang - rijden op een paard

galopperen

werkwoord

Betekenis

  1. in galop - de snelste gang - rijden op een paard

Vervoeging van galopperen

galopperenhele werkwoord — galoppeerdeverleden tijd enkelvoud — galoppeerdenverleden tijd meervoud — gegaloppeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik galoppeer galoppeerde
jij galoppeert galoppeerde
hij, zij, het galoppeert galoppeerde
wij galopperen galoppeerden
jullie galopperen galoppeerden
zij galopperen galoppeerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
galoppeer gebiedende wijs
galoppeerde verleden tijd
galoppere aanvoegende wijs
galopperend onvoltooid, deelwoord
gegaloppeerd verleden tijd, deelwoord
gegaloppeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegaloppeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gegaloppeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegaloppeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegaloppeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegaloppeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegaloppeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegaloppeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegaloppeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegaloppeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegaloppeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegaloppeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegaloppeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegaloppeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegaloppeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegaloppeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegaloppeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te galopperen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegaloppeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen galopperen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal galopperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal galopperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal galopperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gegaloppeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegaloppeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegaloppeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou galopperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou galopperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou galopperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gegaloppeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegaloppeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegaloppeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden galopperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden galopperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden galopperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gegaloppeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegaloppeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegaloppeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt galopperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gegaloppeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen galopperen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen galopperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen galopperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen galopperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gegaloppeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegaloppeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegaloppeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult galopperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gegaloppeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordfamilie van galopperen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
galoppeer gebiedende wijs galopperen
galoppeerde verleden tijd galopperen
galoppeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon galopperen
galoppeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon galopperen
galoppere aanvoegende wijs galopperen
galopperend onvoltooid deelwoord galopperen
galopperende woordvorm galopperen
gegaloppeerd voltooid deelwoord galopperen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van galopperen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over galopperen

Wat betekent galopperen?
Galopperen is een werkwoord. Het woord betekent: in galop - de snelste gang - rijden op een paard.
Hoe vervoeg je galopperen?
Je vervoegt galopperen als volgt: de tegenwoordige tijd is galoppeer, de verleden tijd is galoppeerde en het voltooid deelwoord is gegaloppeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord galopperen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. A 1
  3. L 3
  4. O 1
  5. P 3
  6. P 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

galopperen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. A 1
  3. L 3
  4. O 1
  5. P 4
  6. P 4
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

galopperen in het kort

galopperen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van galopperen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort galopperen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

galopperen: in galop - de snelste gang - rijden op een paard
Deel galopperen — standaardnederlands.nl