galm
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een langdurige naklank
- galmen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| galmen | meervoud |
| galmpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| galmpjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van galmen
- gebiedende wijs van galmen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van galmen
Vervoeging van galm
galmhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘zwaar geluid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477
Woordfamilie van galm
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| galmpje | verkleinwoord | galm |
| galmpjes | verkleinwoord meervoud | galm |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van galm zijn vastgelegd.