fruittuin
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een stuk land waarop de fruitteler fruit teelt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fruittuinen | meervoud |
| fruittuintje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fruittuintjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van fruit zn en tuin zn
Woordfamilie van fruittuin
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fruittuinen | meervoud | fruittuin |
| fruittuintje | verkleinwoord | fruittuin |
| fruittuintjes | verkleinwoord meervoud | fruittuin |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fruittuin zijn vastgelegd.