fruitteelt
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de tak van tuinbouw die zich bezighoudt met het telen van fruit
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fruitteelten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van fruit en teelt
Woordfamilie van fruitteelt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fruitteelten | meervoud | fruitteelt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fruitteelt zijn vastgelegd.