Naar de inhoud

frotteren

wrijven

frotteren

werkwoord

Betekenis

  1. wrijven

Vervoeging van frotteren

frotterenhele werkwoord — frotteerdeverleden tijd enkelvoud — frotteerdenverleden tijd meervoud — gefrotteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik frotteer frotteerde
jij frotteert frotteerde
hij, zij, het frotteert frotteerde
wij frotteren frotteerden
jullie frotteren frotteerden
zij frotteren frotteerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gefrotteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gefrotteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gefrotteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gefrotteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gefrotteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gefrotteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gefrotteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gefrotteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gefrotteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gefrotteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
frotteer gebiedende wijs
frotteerde verleden tijd
frottere aanvoegende wijs
frotterend onvoltooid, deelwoord
gefrotteerd verleden tijd, deelwoord
gefrotteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefrotteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefrotteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefrotteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefrotteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefrotteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefrotteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefrotteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefrotteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefrotteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gefrotteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gefrotteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gefrotteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gefrotteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gefrotteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gefrotteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gefrotteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gefrotteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefrotteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gefrotteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefrotteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gefrotteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gefrotteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefrotteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefrotteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gefrotteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gefrotteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te frotteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gefrotteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen frotteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gefrotteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gefrotteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gefrotteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gefrotteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gefrotteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gefrotteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gefrotteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gefrotteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gefrotteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gefrotteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gefrotteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gefrotteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gefrotteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gefrotteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gefrotteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gefrotteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gefrotteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gefrotteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gefrotteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gefrotteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal frotteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal frotteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal frotteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gefrotteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefrotteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gefrotteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gefrotteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefrotteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gefrotteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefrotteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gefrotteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gefrotteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gefrotteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gefrotteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou frotteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou frotteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou frotteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gefrotteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefrotteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefrotteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gefrotteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefrotteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gefrotteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefrotteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefrotteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefrotteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden frotteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden frotteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden frotteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gefrotteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefrotteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefrotteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefrotteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gefrotteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gefrotteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefrotteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefrotteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefrotteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt frotteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gefrotteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gefrotteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gefrotteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen frotteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen frotteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen frotteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen frotteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gefrotteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefrotteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefrotteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefrotteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gefrotteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gefrotteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefrotteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefrotteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefrotteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult frotteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gefrotteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gefrotteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gefrotteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse frotter (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van frotteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
frotteer gebiedende wijs frotteren
frotteerde verleden tijd frotteren
frotteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon frotteren
frotteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon frotteren
frottere aanvoegende wijs frotteren
frotterend onvoltooid deelwoord frotteren
frotterende woordvorm frotteren
gefrotteerd voltooid deelwoord frotteren
gefrotteerde woordvorm frotteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van frotteren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over frotteren

Wat betekent frotteren?
Frotteren is een werkwoord. Het woord betekent: wrijven.
Hoe vervoeg je frotteren?
Je vervoegt frotteren als volgt: de tegenwoordige tijd is frotteer, de verleden tijd is frotteerde en het voltooid deelwoord is gefrotteerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord frotteren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. R 2
  3. O 1
  4. T 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

frotteren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. R 2
  3. O 1
  4. T 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

frotteren in het kort

frotteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van frotteren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort frotteren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

frotteren: wrijven
Deel frotteren — standaardnederlands.nl