voorhoede
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het voorste deel van een leger of sportteam
- het meest vooruitstrevende deel van een groep
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voorhoeden | meervoud |
| voorhoedes | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘voorste deel (van een leger)’ voor het eerst aangetroffen in 1470
Woordfamilie van voorhoede
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voorhoeden | meervoud | voorhoede |
| voorhoedes | meervoud | voorhoede |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorhoede zijn vastgelegd.