| - |
impersonal, passief
|
| ben gefrijnd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| bent gefrijnd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| er is gefrijnd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was gefrijnd |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd gefrijnd |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt gefrijnd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal gefrijnd worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal gefrijnd zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou gefrijnd worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou gefrijnd zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| frijn |
gebiedende wijs
|
| frijnde |
verleden tijd
|
| frijne |
aanvoegende wijs
|
| frijnend |
onvoltooid, deelwoord
|
| gefrijnd |
verleden tijd, deelwoord
|
| gefrijnd te worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gefrijnd te zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gefrijnd te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gefrijnd te zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gefrijnd te zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gefrijnd worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gefrijnd zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gefrijnd zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gefrijnd zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gefrijnd zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had gefrijnd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gefrijnd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gefrijnd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gefrijnd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gefrijnd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gefrijnd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gefrijnd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gefrijnd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gefrijnd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gefrijnd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gefrijnd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gefrijnd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gefrijnd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gefrijnd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gefrijnd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| is gefrijnd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| is gefrijnd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| te frijnen |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te hebben gefrijnd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen frijnen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| waart gefrijnd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gefrijnd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| waren gefrijnd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gefrijnd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| was gefrijnd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| was gefrijnd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| was gefrijnd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werd gefrijnd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| werd gefrijnd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
|
| werd gefrijnd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| werden gefrijnd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
|
| werden gefrijnd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
|
| werden gefrijnd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werdt gefrijnd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| word gefrijnd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| worden gefrijnd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
|
| worden gefrijnd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
|
| worden gefrijnd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| wordt gefrijnd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
|
| wordt gefrijnd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zal frijnen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal frijnen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal frijnen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zal gefrijnd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gefrijnd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gefrijnd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal gefrijnd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gefrijnd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal gefrijnd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gefrijnd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zijn gefrijnd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| zijn gefrijnd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zijn gefrijnd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| zijt gefrijnd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zou frijnen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou frijnen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou frijnen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zou gefrijnd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gefrijnd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gefrijnd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou gefrijnd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gefrijnd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zou gefrijnd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gefrijnd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gefrijnd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gefrijnd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden frijnen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden frijnen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden frijnen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zouden gefrijnd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gefrijnd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gefrijnd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gefrijnd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden gefrijnd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden gefrijnd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gefrijnd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gefrijnd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gefrijnd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zoudt frijnen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zoudt gefrijnd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gefrijnd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gefrijnd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zullen frijnen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen frijnen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen frijnen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen frijnen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zullen gefrijnd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gefrijnd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gefrijnd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gefrijnd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen gefrijnd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen gefrijnd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gefrijnd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gefrijnd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gefrijnd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zult frijnen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zult gefrijnd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gefrijnd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gefrijnd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|