fricassee
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gerecht bestaande uit vlees, vis, kip e.d. dat gestoofd is in een saus of ragout
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fricassees | meervoud |
| fricasseetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fricasseetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gerecht van gehakt vlees’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1500
Woordfamilie van fricassee
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fricassees | meervoud | fricassee |
| fricasseetje | verkleinwoord | fricassee |
| fricasseetjes | verkleinwoord meervoud | fricassee |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fricassee zijn vastgelegd.