fricandeau
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een vleeswaar vervaardigd van mager vlees van het achtereind van een varken
zelfstandig naamwoord — masculine
- een vleeswaar vervaardigd van mager kalfs- of varkensvlees (van het achtereind)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fricandeaus | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘stuk vlees’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1765
Woordfamilie van fricandeau
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fricandeaus | meervoud | fricandeau |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fricandeau zijn vastgelegd.