Naar de inhoud

frequenteren

vaak bezoeken

frequenteren

werkwoord

Betekenis

  1. vaak bezoeken

Vervoeging van frequenteren

frequenterenhele werkwoord — frequenteerdeverleden tijd enkelvoud — frequenteerdenverleden tijd meervoud — gefrequenteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik frequenteer frequenteerde
jij frequenteert frequenteerde
hij, zij, het frequenteert frequenteerde
wij frequenteren frequenteerden
jullie frequenteren frequenteerden
zij frequenteren frequenteerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gefrequenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gefrequenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gefrequenteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gefrequenteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gefrequenteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gefrequenteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gefrequenteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gefrequenteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gefrequenteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gefrequenteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
frequenteer gebiedende wijs
frequenteerde verleden tijd
frequentere aanvoegende wijs
frequenterend onvoltooid, deelwoord
gefrequenteerd verleden tijd, deelwoord
gefrequenteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefrequenteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefrequenteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefrequenteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefrequenteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefrequenteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefrequenteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefrequenteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefrequenteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefrequenteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gefrequenteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gefrequenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gefrequenteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gefrequenteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gefrequenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gefrequenteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gefrequenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gefrequenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefrequenteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gefrequenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefrequenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gefrequenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gefrequenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefrequenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefrequenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gefrequenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gefrequenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te frequenteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gefrequenteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen frequenteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gefrequenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gefrequenteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gefrequenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gefrequenteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gefrequenteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gefrequenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gefrequenteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gefrequenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gefrequenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gefrequenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gefrequenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gefrequenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gefrequenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gefrequenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gefrequenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gefrequenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gefrequenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gefrequenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gefrequenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gefrequenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal frequenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal frequenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal frequenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gefrequenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefrequenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gefrequenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gefrequenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefrequenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gefrequenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefrequenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gefrequenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gefrequenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gefrequenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gefrequenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou frequenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou frequenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou frequenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gefrequenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefrequenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefrequenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gefrequenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefrequenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gefrequenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefrequenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefrequenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefrequenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden frequenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden frequenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden frequenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gefrequenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefrequenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefrequenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefrequenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gefrequenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gefrequenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefrequenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefrequenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefrequenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt frequenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gefrequenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gefrequenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gefrequenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen frequenteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen frequenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen frequenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen frequenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gefrequenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefrequenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefrequenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefrequenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gefrequenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gefrequenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefrequenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefrequenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefrequenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult frequenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gefrequenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gefrequenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gefrequenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse fréquenter met het achtervoegsel -eren

Woordfamilie van frequenteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
frequenteer gebiedende wijs frequenteren
frequenteerde verleden tijd frequenteren
frequenteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon frequenteren
frequenteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon frequenteren
frequenterend onvoltooid deelwoord frequenteren
frequenterende woordvorm frequenteren
gefrequenteerd voltooid deelwoord frequenteren
gefrequenteerde woordvorm frequenteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van frequenteren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over frequenteren

Wat is de betekenis van frequenteren?
Frequenteren is een werkwoord. De betekenis is: vaak bezoeken.
Hoe vervoeg ik frequenteren?
Zo vervoeg je frequenteren zo: de tegenwoordige tijd is frequenteer, de verleden tijd is frequenteerde en het voltooid deelwoord is gefrequenteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord frequenteren is 30 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. R 2
  3. E 1
  4. Q 10
  5. U 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. T 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 30 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

frequenteren levert met Wordfeud minimaal 28 en maximaal 144 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. R 2
  3. E 1
  4. Q 10
  5. U 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. T 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 28 zonder bonus
  14. 144 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Q) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

frequenteren in het kort

frequenteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van frequenteren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort frequenteren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

frequenteren: vaak bezoeken
Deel frequenteren — standaardnederlands.nl