Naar de inhoud

frauderen

fraude plegen, oneerlijk handelen

frauderen

werkwoord

Betekenis

  1. fraude plegen, oneerlijk handelen

Vervoeging van frauderen

frauderenhele werkwoord — fraudeerdeverleden tijd enkelvoud — fraudeerdenverleden tijd meervoud — gefraudeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik fraudeer fraudeerde
jij fraudeert fraudeerde
hij, zij, het fraudeert fraudeerde
wij frauderen fraudeerden
jullie frauderen fraudeerden
zij frauderen fraudeerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gefraudeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gefraudeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gefraudeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gefraudeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gefraudeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gefraudeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gefraudeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gefraudeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
fraudeer gebiedende wijs
fraudeerde verleden tijd
fraudere aanvoegende wijs
frauderend onvoltooid, deelwoord
gefraudeerd verleden tijd, deelwoord
gefraudeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefraudeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gefraudeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gefraudeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gefraudeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gefraudeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gefraudeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gefraudeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gefraudeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gefraudeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefraudeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gefraudeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefraudeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gefraudeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gefraudeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefraudeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefraudeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te frauderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gefraudeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen frauderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal frauderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal frauderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal frauderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gefraudeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefraudeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gefraudeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou frauderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou frauderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou frauderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gefraudeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefraudeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefraudeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden frauderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden frauderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden frauderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gefraudeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefraudeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefraudeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt frauderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gefraudeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen frauderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen frauderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen frauderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen frauderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gefraudeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefraudeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefraudeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult frauderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gefraudeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bedriegen’ voor het eerst aangetroffen in 1451

Woordfamilie van frauderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
fraudeer gebiedende wijs frauderen
fraudeerde verleden tijd frauderen
fraudeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon frauderen
fraudeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon frauderen
fraudere aanvoegende wijs frauderen
frauderend onvoltooid deelwoord frauderen
frauderende woordvorm frauderen
gefraudeerd voltooid deelwoord frauderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van frauderen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over frauderen

Wat is de betekenis van frauderen?
Frauderen is een werkwoord. De betekenis is: fraude plegen, oneerlijk handelen.
Hoe vervoeg ik frauderen?
Zo vervoeg je frauderen zo: de tegenwoordige tijd is fraudeer, de verleden tijd is fraudeerde en het voltooid deelwoord is gefraudeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord frauderen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. R 2
  3. A 1
  4. U 4
  5. D 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

frauderen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. R 2
  3. A 1
  4. U 2
  5. D 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

frauderen in het kort

frauderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van frauderen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort frauderen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

frauderen: fraude plegen, oneerlijk handelen
Deel frauderen — standaardnederlands.nl