fouilleren
werkwoordBetekenis
- iemand aftasten of er iets op het lijf gedragen wordt
Vervoeging van fouilleren
fouillerenhele werkwoord — fouilleerdeverleden tijd enkelvoud — fouilleerdenverleden tijd meervoud — gefouilleerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | fouilleer | fouilleerde |
| jij | fouilleert | fouilleerde |
| hij, zij, het | fouilleert | fouilleerde |
| wij | fouilleren | fouilleerden |
| jullie | fouilleren | fouilleerden |
| zij | fouilleren | fouilleerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gefouilleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gefouilleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gefouilleerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gefouilleerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gefouilleerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gefouilleerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gefouilleerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gefouilleerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gefouilleerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gefouilleerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| fouilleer | gebiedende wijs |
| fouilleerde | verleden tijd |
| fouillere | aanvoegende wijs |
| fouillerend | onvoltooid, deelwoord |
| gefouilleerd | verleden tijd, deelwoord |
| gefouilleerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gefouilleerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gefouilleerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefouilleerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefouilleerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefouilleerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gefouilleerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gefouilleerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gefouilleerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gefouilleerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gefouilleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gefouilleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gefouilleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gefouilleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gefouilleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gefouilleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gefouilleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gefouilleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefouilleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gefouilleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefouilleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gefouilleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gefouilleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefouilleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefouilleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gefouilleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gefouilleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te fouilleren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gefouilleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen fouilleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gefouilleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gefouilleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gefouilleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gefouilleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gefouilleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gefouilleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gefouilleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gefouilleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gefouilleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gefouilleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gefouilleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gefouilleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gefouilleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gefouilleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gefouilleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gefouilleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gefouilleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gefouilleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gefouilleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gefouilleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal fouilleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal fouilleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal fouilleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gefouilleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefouilleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gefouilleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gefouilleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefouilleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gefouilleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefouilleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gefouilleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gefouilleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gefouilleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gefouilleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou fouilleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou fouilleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou fouilleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gefouilleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefouilleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefouilleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gefouilleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefouilleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gefouilleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefouilleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefouilleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefouilleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden fouilleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden fouilleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden fouilleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gefouilleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefouilleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefouilleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gefouilleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gefouilleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gefouilleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gefouilleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefouilleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefouilleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt fouilleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gefouilleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gefouilleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gefouilleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen fouilleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen fouilleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen fouilleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen fouilleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gefouilleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefouilleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefouilleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gefouilleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gefouilleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gefouilleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gefouilleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefouilleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefouilleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult fouilleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gefouilleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gefouilleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gefouilleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kleren doorzoeken’ voor het eerst aangetroffen in 1898
Woordfamilie van fouilleren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fouilleer | gebiedende wijs | fouilleren |
| fouilleerde | verleden tijd | fouilleren |
| fouilleerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | fouilleren |
| fouilleert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | fouilleren |
| fouillere | aanvoegende wijs | fouilleren |
| fouillerend | onvoltooid deelwoord | fouilleren |
| fouillerende | woordvorm | fouilleren |
| gefouilleerd | voltooid deelwoord | fouilleren |
| gefouilleerde | woordvorm | fouilleren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fouilleren zijn vastgelegd.