formuleren
werkwoordBetekenis
- in woorden omzetten
Vervoeging van formuleren
formulerenhele werkwoord — formuleerdeverleden tijd enkelvoud — formuleerdenverleden tijd meervoud — geformuleerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | formuleer | formuleerde |
| jij | formuleert | formuleerde |
| hij, zij, het | formuleert | formuleerde |
| wij | formuleren | formuleerden |
| jullie | formuleren | formuleerden |
| zij | formuleren | formuleerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geformuleerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geformuleerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geformuleerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geformuleerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geformuleerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geformuleerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geformuleerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geformuleerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| formuleer | gebiedende wijs |
| formuleerde | verleden tijd |
| formulere | aanvoegende wijs |
| formulerend | onvoltooid, deelwoord |
| geformuleerd | verleden tijd, deelwoord |
| geformuleerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geformuleerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geformuleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geformuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geformuleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geformuleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geformuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geformuleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geformuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geformuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geformuleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geformuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geformuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geformuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geformuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geformuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geformuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te formuleren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geformuleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen formuleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal formuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal formuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal formuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geformuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geformuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geformuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou formuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou formuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou formuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geformuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geformuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geformuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden formuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden formuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden formuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geformuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geformuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geformuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt formuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geformuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen formuleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen formuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen formuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen formuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geformuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geformuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geformuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult formuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geformuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse formuler (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van formuleren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| formuleer | gebiedende wijs | formuleren |
| formuleerde | verleden tijd | formuleren |
| formuleerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | formuleren |
| formuleert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | formuleren |
| formulere | aanvoegende wijs | formuleren |
| formulerend | onvoltooid deelwoord | formuleren |
| formulerende | woordvorm | formuleren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van formuleren zijn vastgelegd.