foppen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- beetnemen
Vervoeging van foppen
foppenhele werkwoord — fopteverleden tijd enkelvoud — foptenverleden tijd meervoud — gefoptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | fop | fopte |
| jij | fopt | fopte |
| hij, zij, het | fopt | fopte |
| wij | foppen | fopten |
| jullie | foppen | fopten |
| zij | foppen | fopten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gefopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gefopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gefopt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gefopt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gefopt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gefopt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gefopt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gefopt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gefopt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gefopt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| fop | gebiedende wijs |
| foppe | aanvoegende wijs |
| foppend | onvoltooid, deelwoord |
| fopte | verleden tijd |
| gefopt | verleden tijd, deelwoord |
| gefopt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gefopt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gefopt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefopt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefopt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefopt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gefopt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gefopt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gefopt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gefopt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gefopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gefopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gefopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gefopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gefopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gefopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gefopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gefopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefopt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gefopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gefopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gefopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gefopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gefopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te foppen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gefopt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen foppen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gefopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gefopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gefopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gefopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gefopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gefopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gefopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gefopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gefopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gefopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gefopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gefopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gefopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gefopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gefopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gefopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gefopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gefopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gefopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gefopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal foppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal foppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal foppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gefopt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gefopt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gefopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gefopt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefopt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gefopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gefopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gefopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gefopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou foppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou foppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou foppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gefopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gefopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gefopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden foppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden foppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden foppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gefopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gefopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gefopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gefopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gefopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt foppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gefopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gefopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gefopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen foppen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen foppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen foppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen foppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gefopt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefopt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gefopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gefopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gefopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gefopt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefopt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefopt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult foppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gefopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gefopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gefopt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord fop
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘voor de gek houden’ voor het eerst aangetroffen in 1639
Woordfamilie van foppen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| foppe | aanvoegende wijs | foppen |
| foppend | onvoltooid deelwoord | foppen |
| foppende | woordvorm | foppen |
| fopt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | foppen |
| fopte | verleden tijd | foppen |
| fopten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | foppen |
| gefopt | voltooid deelwoord | foppen |
| gefopte | woordvorm | foppen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van foppen zijn vastgelegd.