fonola
zelfstandig naamwoord foˈnolaBetekenis
- toestel dat een op een rol vastgelegd muziekstuk automatisch afspeelt op een piano. Oorspronkelijk ging het om een voorzetapparaat, later kwamen er ook ingebouwde varianten; al voor de Tweede Wereldoorlog maakte de opmars van de platenspeler een einde aan de populariteit van dit toestel.
Hoe spreek je fonola uit?
/foˈnola/
Fonola bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| o | boot |
| n | nek |
| l | land |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- toestel dat een op een rol vastgelegd muziekstuk automatisch afspeelt op een piano Oorspronkelijk ging het om een voorzetapparaat, later kwamen er ook ingebouwde varianten; al voor de Tweede Wereldoorlog maakte de opmars van de platenspeler een einde aan de populariteit van dit toestel.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fonola's | meervoud |
Herkomst
van de vanaf 1902 door Duitse fabrikant Ludwig Hupfeld AG voor zijn pianola's gebruikte merknaam "Phonola", vermoedelijk een kofferwoord van Engels phonograph en pianola; in de betekenis "pianola" aangetroffen vanaf 1909 (zie vindplaats hieronder)
Woordfamilie van fonola
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fonola's | meervoud | fonola |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fonola zijn vastgelegd.