cola
zelfstandig naamwoord ˈkolaBetekenis
- een uit kolanoot|kolanoten vervaardigde bruinkleurige drank met prik (frisdrank)
- lijm
- staart
- wachtrij
Hoe spreek je cola uit?
/ˈkola/
Cola bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| o | boot |
| l | land |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als kola.
zelfstandig naamwoord — masculine
- een geslacht Cola dat bestaat uit meer dan honderd soorten bomen die voorkomen in tropisch en zuidelijk Afrika. Het enige bekende product is de kolanoot, die voornamelijk geleverd wordt door Cola acuminata
- een uit kolanoten vervaardigde bruinkleurige drank met prik (frisdrank)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cola's | meervoud |
| colaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| colaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘koolzuurhoudende frisdrank’ voor het eerst aangetroffen in 1952
Woordfamilie van cola
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cola's | meervoud | cola |
| colaatje | verkleinwoord | cola |
| colaatjes | verkleinwoord meervoud | cola |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cola zijn vastgelegd.