fonologie
zelfstandig naamwoord /ˌfonoloˈɣi/Betekenis
- de wetenschap die het functioneren van klanken in talen bestudeert
- het functioneren van klanken in een bepaalde taal
Hoe spreek je fonologie uit?
/ˌfonoloˈxi/
Fonologie bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| o | boot |
| n | nek |
| l | land |
| x | acht |
| i | riet |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fonologieën | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘tak van taalwetenschap betreffende fonemen’ voor het eerst aangetroffen in 1855
Woordfamilie van fonologie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fonologieën | meervoud | fonologie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fonologie zijn vastgelegd.