Naar de inhoud

folteren

een gevangene onderwerpen aan lichamelijke en/of geestelijke pijniging, voornamelijk teneinde informatie los te krijgen

folteren

werkwoord /ˈfɔltərə(n)/

Betekenis

  1. een gevangene onderwerpen aan lichamelijke en/of geestelijke pijniging, voornamelijk teneinde informatie los te krijgen

Hoe spreek je folteren uit?

/ˈfɔltərən/

Folteren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈfɔltərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
f fiets
ɔ bot
l land
t tak
ə de
r rood
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van folteren

folterenhele werkwoord — folterdeverleden tijd enkelvoud — folterdenverleden tijd meervoud — gefolterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik folter folterde
jij foltert folterde
hij, zij, het foltert folterde
wij folteren folterden
jullie folteren folterden
zij folteren folterden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gefolterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gefolterd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gefolterd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gefolterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gefolterd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gefolterd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gefolterd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gefolterd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
folter gebiedende wijs
folterde verleden tijd
foltere aanvoegende wijs
folterend onvoltooid, deelwoord
gefolterd verleden tijd, deelwoord
gefolterd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefolterd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gefolterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gefolterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gefolterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gefolterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gefolterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gefolterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gefolterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gefolterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefolterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gefolterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefolterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gefolterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gefolterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefolterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefolterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te folteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gefolterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen folteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal folteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal folteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal folteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gefolterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefolterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gefolterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou folteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou folteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou folteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gefolterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefolterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefolterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden folteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden folteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden folteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gefolterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefolterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefolterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt folteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gefolterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen folteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen folteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen folteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen folteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gefolterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefolterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefolterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult folteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gefolterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘martelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599

Woordfamilie van folteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
folter gebiedende wijs folteren
folterde verleden tijd folteren
folterden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon folteren
foltere aanvoegende wijs folteren
folterend onvoltooid deelwoord folteren
folterende woordvorm folteren
foltert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon folteren
gefolterd voltooid deelwoord folteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van folteren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over folteren

Hoe spreek ik folteren uit?
Zo spreek je folteren uit: /ˈfɔltərə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van folteren?
Folteren is een werkwoord. De betekenis is: een gevangene onderwerpen aan lichamelijke en/of geestelijke pijniging, voornamelijk teneinde informatie los te krijgen.
Hoe vervoeg ik folteren?
Zo vervoeg je folteren zo: de tegenwoordige tijd is folter, de verleden tijd is folterde en het voltooid deelwoord is gefolterd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord folteren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. O 1
  3. L 3
  4. T 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

folteren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. O 1
  3. L 3
  4. T 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

folteren in het kort

folteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van folteren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort folteren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

folteren: een gevangene onderwerpen aan lichamelijke en/of geestelijke pijniging, voornamelijk teneinde informatie los te krijgen
Deel folteren — standaardnederlands.nl