folklore
zelfstandig naamwoord fɔlˈklorəBetekenis
- alle traditionele cultuuruitingen van een volk
- traditionele gebruiken, verhalen, gezegdes, vormen van bijgeloof, dansen en andere kunstvormen van een bepaalde volksgroep
- studie van deze kennis van folklore
- gerucht of verhaal dat in de media of op internet de ronde doet (zonder dat er een zekere bron aan te wijzen is).
Hoe spreek je folklore uit?
/fɔlˈklorə/
Folklore bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ɔ | bot |
| l | land |
| k | kat |
| o | boot |
| r | rood |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- alle traditionele cultuuruitingen van een volk, d.i. traditionele gebruiken, verhalen, gezegdes, vormen van bijgeloof, dansen en andere kunstvormen van een bepaalde volksgroep
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| folklores | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘volksoverleveringen’ voor het eerst aangetroffen in 1887.
Woordfamilie van folklore
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| folklores | meervoud | folklore |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van folklore zijn vastgelegd.
Afleidingen en samenstellingen
Verwante woorden
- dansen
- gebruiken
- klederdracht
- sagen