Naar de inhoud

flossen

de ruimte tussen twee tanden reinigen met flosdraad

flossen is meer dan één woord

flossen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. de ruimte tussen twee tanden reinigen met flosdraad

Vervoeging van flossen

flossenhele werkwoord — flosteverleden tijd enkelvoud — flostenverleden tijd meervoud — geflostvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik flos floste
jij flost floste
hij, zij, het flost floste
wij flossen flosten
jullie flossen flosten
zij flossen flosten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geflost impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geflost impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geflost impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geflost impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geflost worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geflost zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geflost worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geflost zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
flos gebiedende wijs
flosse aanvoegende wijs
flossend onvoltooid, deelwoord
floste verleden tijd
geflost verleden tijd, deelwoord
geflost te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geflost zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geflost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geflost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geflost voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geflost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geflost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geflost voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geflost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geflost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geflost actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geflost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geflost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geflost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geflost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geflost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geflost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te flossen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geflost actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen flossen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal flossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal flossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal flossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geflost hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geflost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geflost hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou flossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou flossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou flossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geflost hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geflost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geflost hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden flossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden flossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden flossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geflost hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geflost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geflost hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt flossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geflost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen flossen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen flossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen flossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen flossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geflost hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geflost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geflost hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult flossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geflost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord flos

Herkomst

Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘gebit met een draadje reinigen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1984

Woordfamilie van flossen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
flosse aanvoegende wijs flossen
flossend onvoltooid deelwoord flossen
flossende woordvorm flossen
flost aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon flossen
floste verleden tijd flossen
flosten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon flossen
geflost voltooid deelwoord flossen
gefloste woordvorm flossen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van flossen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over flossen

Wat is de betekenis van flossen?
Flossen is een werkwoord. De betekenis is: de ruimte tussen twee tanden reinigen met flosdraad.
Hoe vervoeg ik flossen?
Zo vervoeg je flossen zo: de tegenwoordige tijd is flos, de verleden tijd is floste en het voltooid deelwoord is geflost. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord flossen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. L 3
  3. O 1
  4. S 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

flossen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 106 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. L 3
  3. O 1
  4. S 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 106 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

flossen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

flossen in het kort

flossen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van flossen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort flossen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

flossen: de ruimte tussen twee tanden reinigen met flosdraad
Deel flossen — standaardnederlands.nl