Naar de inhoud

flikkeren

afwisselend meer en minder of helemaal geen licht geven of terugkaatsen

flikkeren

werkwoord

Betekenis

  1. afwisselend meer en minder of helemaal geen licht geven of terugkaatsen
  2. vallen
  3. gooien
  4. geslachtsgemeenschap hebben, i.h.b. van homoseksuelen

Vervoeging van flikkeren

flikkerenhele werkwoord — flikkerdeverleden tijd enkelvoud — flikkerdenverleden tijd meervoud — geflikkerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik flikker flikkerde
jij flikkert flikkerde
hij, zij, het flikkert flikkerde
wij flikkeren flikkerden
jullie flikkeren flikkerden
zij flikkeren flikkerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geflikkerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geflikkerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geflikkerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geflikkerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geflikkerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geflikkerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geflikkerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geflikkerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
flikker gebiedende wijs
flikkerde verleden tijd
flikkere aanvoegende wijs
flikkerend onvoltooid, deelwoord
geflikkerd verleden tijd, deelwoord
geflikkerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geflikkerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geflikkerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geflikkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geflikkerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geflikkerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geflikkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geflikkerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geflikkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geflikkerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geflikkerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geflikkerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geflikkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geflikkerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geflikkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geflikkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geflikkerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te flikkeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geflikkerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen flikkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal flikkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal flikkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal flikkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geflikkerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geflikkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geflikkerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou flikkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou flikkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou flikkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geflikkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geflikkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geflikkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden flikkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden flikkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden flikkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geflikkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geflikkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geflikkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt flikkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geflikkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen flikkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen flikkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen flikkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen flikkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geflikkerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geflikkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geflikkerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult flikkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geflikkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Vroeg-Modern- of Laat-Middelnederlands vlickeren "beweeglijk glanzen" (1545, Servilius) , naast flickeren "fladderen, onrustig vliegen" (1599, Kiliaan), verwant met Oudengels flicorian "vladderen, wapperen" (> modern Engels flicker) , ogenschijnlijk afgeleid van een stam *flik(k)-, met een iteratief suffix -er. Deze stam *flik(k)- is mogelijk secundair ontstaan uit een contaminatie van *flakk-ōn "fladderen" en *likk-ōn "(op)springen". ** [4] Een moderne afleiding van flikker "homoseksuele man".

Woordfamilie van flikkeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
flikkerde verleden tijd flikkeren
flikkerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon flikkeren
flikkere aanvoegende wijs flikkeren
flikkerend onvoltooid deelwoord flikkeren
flikkert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon flikkeren
geflikkerd voltooid deelwoord flikkeren
geflikkerde woordvorm flikkeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van flikkeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over flikkeren

Wat betekent flikkeren?
Flikkeren is een werkwoord. Het woord betekent: afwisselend meer en minder of helemaal geen licht geven of terugkaatsen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je flikkeren?
Je vervoegt flikkeren als volgt: de tegenwoordige tijd is flikker, de verleden tijd is flikkerde en het voltooid deelwoord is geflikkerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord flikkeren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. L 3
  3. I 1
  4. K 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

flikkeren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. L 3
  3. I 2
  4. K 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

flikkeren in het kort

flikkeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van flikkeren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort flikkeren bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

flikkeren: afwisselend meer en minder of helemaal geen licht geven of terugkaatsen
Deel flikkeren — standaardnederlands.nl