flierefluiten
werkwoordBetekenis
- er vrolijk op los leven
Vervoeging van flierefluiten
flierefluitenhele werkwoord — flierefluitteverleden tijd enkelvoud — flierefluittenverleden tijd meervoud — geflierefluitvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | flierefluit | flierefluitte |
| jij | flierefluit | flierefluitte |
| hij, zij, het | flierefluit | flierefluitte |
| wij | flierefluiten | flierefluitten |
| jullie | flierefluiten | flierefluitten |
| zij | flierefluiten | flierefluitten |
Alle 27 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| flierefluit | gebiedende wijs |
| flierefluite | aanvoegende wijs |
| flierefluitend | onvoltooid, deelwoord |
| flierefluitte | verleden tijd |
| geflierefluit | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geflierefluit | verleden tijd, deelwoord |
| geflierefluit te zullen | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geflierefluit zullen | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te flierefluiten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te geflierefluit | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen flierefluiten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal flierefluiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal flierefluiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal flierefluiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou flierefluiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou flierefluiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou flierefluiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden flierefluiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden flierefluiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden flierefluiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt flierefluiten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen flierefluiten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen flierefluiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen flierefluiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen flierefluiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult flierefluiten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Waarschijnlijk een samenstelling van vlier en fluiten, met reduplicatie .
Woordfamilie van flierefluiten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| flierefluit | gebiedende wijs | flierefluiten |
| flierefluite | aanvoegende wijs | flierefluiten |
| flierefluitend | onvoltooid deelwoord | flierefluiten |
| flierefluitende | woordvorm | flierefluiten |
| flierefluitte | verleden tijd | flierefluiten |
| flierefluitten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | flierefluiten |
| geflierefluit | voltooid deelwoord | flierefluiten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van flierefluiten zijn vastgelegd.