flapper
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- iets of iemand dat of die flapt
- ganzenvanger
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| flappers | meervoud |
| flappertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| flappertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flapperen
- gebiedende wijs van flapperen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flapperen
Vervoeging van flapper
flapperhele werkwoord
Herkomst
afgeleid van flappen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van flapper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| flappers | meervoud | flapper |
| flappertje | verkleinwoord | flapper |
| flappertjes | verkleinwoord meervoud | flapper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van flapper zijn vastgelegd.