fitter
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- iemand die fit (buisleidingen, kranen enz. aanbrengt)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fitters | meervoud |
| fittertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fittertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- onverbogen vorm van de vergrotende trap van fit
Herkomst
afgeleid van fitten met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van fitter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fittertje | verkleinwoord | fitter |
| fittertjes | verkleinwoord meervoud | fitter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fitter zijn vastgelegd.