filtreren
werkwoordBetekenis
- door middel van een filter zuiveren of afscheiden
Vervoeging van filtreren
filtrerenhele werkwoord — filtreerdeverleden tijd enkelvoud — filtreerdenverleden tijd meervoud — gefiltreerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | filtreer | filtreerde |
| jij | filtreert | filtreerde |
| hij, zij, het | filtreert | filtreerde |
| wij | filtreren | filtreerden |
| jullie | filtreren | filtreerden |
| zij | filtreren | filtreerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gefiltreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gefiltreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gefiltreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gefiltreerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gefiltreerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gefiltreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gefiltreerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gefiltreerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gefiltreerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gefiltreerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| filtreer | gebiedende wijs |
| filtreerde | verleden tijd |
| filtrere | aanvoegende wijs |
| filtrerend | onvoltooid, deelwoord |
| gefiltreerd | verleden tijd, deelwoord |
| gefiltreerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gefiltreerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gefiltreerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefiltreerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefiltreerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefiltreerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gefiltreerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gefiltreerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gefiltreerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gefiltreerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gefiltreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gefiltreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gefiltreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gefiltreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gefiltreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gefiltreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gefiltreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gefiltreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefiltreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gefiltreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefiltreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gefiltreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gefiltreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefiltreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefiltreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gefiltreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gefiltreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te filtreren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gefiltreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen filtreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gefiltreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gefiltreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gefiltreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gefiltreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gefiltreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gefiltreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gefiltreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gefiltreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gefiltreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gefiltreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gefiltreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gefiltreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gefiltreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gefiltreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gefiltreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gefiltreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gefiltreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gefiltreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gefiltreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gefiltreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal filtreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal filtreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal filtreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gefiltreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefiltreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gefiltreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gefiltreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefiltreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gefiltreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefiltreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gefiltreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gefiltreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gefiltreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gefiltreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou filtreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou filtreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou filtreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gefiltreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefiltreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefiltreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gefiltreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefiltreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gefiltreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefiltreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefiltreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefiltreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden filtreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden filtreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden filtreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gefiltreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefiltreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefiltreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gefiltreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gefiltreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gefiltreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gefiltreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefiltreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefiltreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt filtreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gefiltreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gefiltreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gefiltreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen filtreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen filtreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen filtreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen filtreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gefiltreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefiltreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefiltreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gefiltreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gefiltreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gefiltreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gefiltreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefiltreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefiltreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult filtreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gefiltreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gefiltreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gefiltreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse filtrer met het achtervoegsel -eren
Woordfamilie van filtreren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| filtreer | gebiedende wijs | filtreren |
| filtreerde | verleden tijd | filtreren |
| filtreerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | filtreren |
| filtreert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | filtreren |
| filtrere | aanvoegende wijs | filtreren |
| filtrerend | onvoltooid deelwoord | filtreren |
| filtrerende | woordvorm | filtreren |
| gefiltreerd | voltooid deelwoord | filtreren |
| gefiltreerde | woordvorm | filtreren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van filtreren zijn vastgelegd.