fierljeppen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈfirəl(ə)jɛpə(n)/Betekenis
- overbruggen van een zo groot mogelijke afstand met behulp van een polsstok
- sport waarbij een atleet probeert met behulp van een polsstok een zo groot mogelijke afstand te overbruggen
Hoe spreek je fierljeppen uit?
/ˈfirələjɛpən/
Fierljeppen bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| i | riet |
| r | rood |
| ə | de |
| l | land |
| j | ja |
| ɛ | bed |
| p | pak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van fierljeppen
fierljeppenhele werkwoord — fierljepteverleden tijd enkelvoud — fierljeptenverleden tijd meervoud — gefierljeptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | fierljep | fierljepte |
| jij | fierljept | fierljepte |
| hij, zij, het | fierljept | fierljepte |
| wij | fierljeppen | fierljepten |
| jullie | fierljeppen | fierljepten |
| zij | fierljeppen | fierljepten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| fierljep | gebiedende wijs |
| fierljeppe | aanvoegende wijs |
| fierljeppend | onvoltooid, deelwoord |
| fierljepte | verleden tijd |
| gefierljept | verleden tijd, deelwoord |
| gefierljept te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefierljept zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gefierljept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gefierljept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gefierljept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gefierljept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gefierljept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gefierljept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gefierljept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gefierljept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefierljept | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gefierljept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefierljept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gefierljept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gefierljept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefierljept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefierljept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te fierljeppen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gefierljept | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen fierljeppen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal fierljeppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal fierljeppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal fierljeppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gefierljept hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefierljept hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gefierljept hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou fierljeppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou fierljeppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou fierljeppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gefierljept hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefierljept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefierljept hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden fierljeppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden fierljeppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden fierljeppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gefierljept hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefierljept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefierljept hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt fierljeppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gefierljept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen fierljeppen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen fierljeppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen fierljeppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen fierljeppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gefierljept hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefierljept hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefierljept hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult fierljeppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gefierljept hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Fries, in de betekenis van ‘polsstokverspringen’ voor het eerst aangetroffen in 1996
Woordfamilie van fierljeppen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fierljep | gebiedende wijs | fierljeppen |
| fierljeppe | aanvoegende wijs | fierljeppen |
| fierljeppend | onvoltooid deelwoord | fierljeppen |
| fierljeppende | woordvorm | fierljeppen |
| fierljept | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | fierljeppen |
| fierljepte | verleden tijd | fierljeppen |
| fierljepten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | fierljeppen |
| gefierljept | voltooid deelwoord | fierljeppen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fierljeppen zijn vastgelegd.