fielden
werkwoord ˈfildə(n)Betekenis
- (honkbal, softbal, cricket) als ploeg een verdedigende beurt hebben, waarbij de spelers verspreid over het veld opgesteld proberen de bal te vangen en te verhinderen dat de tegenstander scoort
- (honkbal, softbal, cricket) opvangen van een door de slagman weggeslagen bal
Hoe spreek je fielden uit?
/ˈfildən/
Fielden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| i | riet |
| l | land |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als fieldden.
werkwoord
- als ploeg een verdedigende beurt hebben, waarbij de spelers verspreid over het veld opgesteld proberen de bal te vangen en te verhinderen dat de tegenstander scoort unergative
- opvangen van een door de slagman weggeslagen bal transitive
Vervoeging van fielden
fieldenhele werkwoord — fielddeverleden tijd enkelvoud — fielddenverleden tijd meervoud — gefieldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | field | fieldde |
| jij | fieldt | fieldde |
| hij, zij, het | fieldt | fieldde |
| wij | fielden | fieldden |
| jullie | fielden | fieldden |
| zij | fielden | fieldden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gefield | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gefield | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gefield | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gefield | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gefield | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gefield | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gefield worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gefield zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gefield worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gefield zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| field | gebiedende wijs |
| fieldde | verleden tijd |
| fielde | aanvoegende wijs |
| fieldend | onvoltooid, deelwoord |
| gefield | verleden tijd, deelwoord |
| gefield te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gefield te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gefield te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefield te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefield te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefield worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gefield zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gefield zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gefield zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gefield zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gefield | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gefield | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gefield | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gefield | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gefield | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gefield | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gefield | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gefield | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefield | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gefield | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefield | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gefield | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gefield | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefield | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefield | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gefield | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gefield | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te fielden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gefield | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen fielden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gefield | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gefield | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gefield | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gefield | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gefield | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gefield | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gefield | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gefield | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gefield | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gefield | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gefield | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gefield | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gefield | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gefield | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gefield | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gefield | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gefield | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gefield | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gefield | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gefield | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal fielden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal fielden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal fielden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gefield hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefield hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gefield hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gefield worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefield worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gefield zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefield zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gefield | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gefield | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gefield | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gefield | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou fielden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou fielden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou fielden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gefield hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefield hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefield hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gefield worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefield worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gefield worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefield zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefield zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefield zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden fielden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden fielden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden fielden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gefield hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefield hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefield hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gefield worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gefield worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gefield worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gefield zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefield zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefield zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt fielden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gefield hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gefield worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gefield zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen fielden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen fielden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen fielden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen fielden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gefield hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefield hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefield hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gefield worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gefield worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gefield worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gefield zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefield zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefield zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult fielden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gefield hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gefield worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gefield zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
van Engels field ww
Woordfamilie van fielden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| field | gebiedende wijs | fielden |
| fieldde | verleden tijd | fielden |
| fieldden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | fielden |
| fielde | aanvoegende wijs | fielden |
| fieldend | onvoltooid deelwoord | fielden |
| fieldende | woordvorm | fielden |
| fieldt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | fielden |
| gefield | voltooid deelwoord | fielden |
| gefielde | woordvorm | fielden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fielden zijn vastgelegd.