Naar de inhoud

feliciteren

iemand gelukwensen met een behaald resultaat

feliciteren

werkwoord

Betekenis

  1. iemand gelukwensen met een behaald resultaat

Vervoeging van feliciteren

feliciterenhele werkwoord — feliciteerdeverleden tijd enkelvoud — feliciteerdenverleden tijd meervoud — gefeliciteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik feliciteer feliciteerde
jij feliciteert feliciteerde
hij, zij, het feliciteert feliciteerde
wij feliciteren feliciteerden
jullie feliciteren feliciteerden
zij feliciteren feliciteerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gefeliciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gefeliciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gefeliciteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gefeliciteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gefeliciteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gefeliciteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gefeliciteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gefeliciteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gefeliciteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gefeliciteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
feliciteer gebiedende wijs
feliciteerde verleden tijd
felicitere aanvoegende wijs
feliciterend onvoltooid, deelwoord
gefeliciteerd verleden tijd, deelwoord
gefeliciteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefeliciteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefeliciteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefeliciteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefeliciteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefeliciteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefeliciteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefeliciteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefeliciteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefeliciteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gefeliciteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gefeliciteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gefeliciteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gefeliciteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gefeliciteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gefeliciteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gefeliciteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gefeliciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefeliciteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gefeliciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefeliciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gefeliciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gefeliciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefeliciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefeliciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gefeliciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gefeliciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te feliciteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gefeliciteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen feliciteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gefeliciteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gefeliciteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gefeliciteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gefeliciteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gefeliciteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gefeliciteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gefeliciteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gefeliciteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gefeliciteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gefeliciteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gefeliciteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gefeliciteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gefeliciteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gefeliciteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gefeliciteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gefeliciteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gefeliciteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gefeliciteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gefeliciteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gefeliciteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal feliciteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal feliciteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal feliciteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gefeliciteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefeliciteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gefeliciteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gefeliciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefeliciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gefeliciteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefeliciteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gefeliciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gefeliciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gefeliciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gefeliciteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou feliciteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou feliciteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou feliciteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gefeliciteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefeliciteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefeliciteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gefeliciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefeliciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gefeliciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefeliciteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefeliciteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefeliciteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden feliciteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden feliciteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden feliciteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gefeliciteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefeliciteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefeliciteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefeliciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gefeliciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gefeliciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefeliciteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefeliciteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefeliciteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt feliciteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gefeliciteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gefeliciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gefeliciteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen feliciteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen feliciteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen feliciteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen feliciteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gefeliciteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefeliciteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefeliciteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefeliciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gefeliciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gefeliciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefeliciteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefeliciteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefeliciteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult feliciteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gefeliciteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gefeliciteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gefeliciteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gelukwensen’ voor het eerst aangetroffen in 1688

Woordfamilie van feliciteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
feliciteer gebiedende wijs feliciteren
feliciteerde verleden tijd feliciteren
feliciteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon feliciteren
feliciteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon feliciteren
felicitere aanvoegende wijs feliciteren
feliciterend onvoltooid deelwoord feliciteren
feliciterende woordvorm feliciteren
gefeliciteerde woordvorm feliciteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van feliciteren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over feliciteren

Wat is de betekenis van feliciteren?
Feliciteren is een werkwoord. De betekenis is: iemand gelukwensen met een behaald resultaat.
Hoe vervoeg ik feliciteren?
Zo vervoeg je feliciteren zo: de tegenwoordige tijd is feliciteer, de verleden tijd is feliciteerde en het voltooid deelwoord is gefeliciteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord feliciteren is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. E 1
  3. L 3
  4. I 1
  5. C 5
  6. I 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

feliciteren levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. E 1
  3. L 3
  4. I 2
  5. C 5
  6. I 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 zonder bonus
  13. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

feliciteren in het kort

feliciteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van feliciteren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort feliciteren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

feliciteren: iemand gelukwensen met een behaald resultaat
Deel feliciteren — standaardnederlands.nl