feliciteren
werkwoordBetekenis
- iemand gelukwensen met een behaald resultaat
Vervoeging van feliciteren
feliciterenhele werkwoord — feliciteerdeverleden tijd enkelvoud — feliciteerdenverleden tijd meervoud — gefeliciteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | feliciteer | feliciteerde |
| jij | feliciteert | feliciteerde |
| hij, zij, het | feliciteert | feliciteerde |
| wij | feliciteren | feliciteerden |
| jullie | feliciteren | feliciteerden |
| zij | feliciteren | feliciteerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gefeliciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gefeliciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gefeliciteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gefeliciteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gefeliciteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gefeliciteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gefeliciteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gefeliciteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gefeliciteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gefeliciteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| feliciteer | gebiedende wijs |
| feliciteerde | verleden tijd |
| felicitere | aanvoegende wijs |
| feliciterend | onvoltooid, deelwoord |
| gefeliciteerd | verleden tijd, deelwoord |
| gefeliciteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gefeliciteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gefeliciteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefeliciteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefeliciteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefeliciteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gefeliciteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gefeliciteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gefeliciteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gefeliciteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gefeliciteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gefeliciteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gefeliciteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gefeliciteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gefeliciteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gefeliciteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gefeliciteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gefeliciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefeliciteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gefeliciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefeliciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gefeliciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gefeliciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefeliciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefeliciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gefeliciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gefeliciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te feliciteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gefeliciteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen feliciteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gefeliciteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gefeliciteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gefeliciteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gefeliciteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gefeliciteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gefeliciteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gefeliciteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gefeliciteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gefeliciteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gefeliciteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gefeliciteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gefeliciteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gefeliciteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gefeliciteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gefeliciteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gefeliciteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gefeliciteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gefeliciteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gefeliciteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gefeliciteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal feliciteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal feliciteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal feliciteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gefeliciteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefeliciteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gefeliciteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gefeliciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefeliciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gefeliciteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefeliciteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gefeliciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gefeliciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gefeliciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gefeliciteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou feliciteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou feliciteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou feliciteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gefeliciteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefeliciteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefeliciteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gefeliciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefeliciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gefeliciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefeliciteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefeliciteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefeliciteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden feliciteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden feliciteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden feliciteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gefeliciteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefeliciteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefeliciteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gefeliciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gefeliciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gefeliciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gefeliciteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefeliciteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefeliciteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt feliciteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gefeliciteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gefeliciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gefeliciteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen feliciteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen feliciteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen feliciteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen feliciteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gefeliciteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefeliciteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefeliciteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gefeliciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gefeliciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gefeliciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gefeliciteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefeliciteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefeliciteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult feliciteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gefeliciteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gefeliciteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gefeliciteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gelukwensen’ voor het eerst aangetroffen in 1688
Woordfamilie van feliciteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| feliciteer | gebiedende wijs | feliciteren |
| feliciteerde | verleden tijd | feliciteren |
| feliciteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | feliciteren |
| feliciteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | feliciteren |
| felicitere | aanvoegende wijs | feliciteren |
| feliciterend | onvoltooid deelwoord | feliciteren |
| feliciterende | woordvorm | feliciteren |
| gefeliciteerde | woordvorm | feliciteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van feliciteren zijn vastgelegd.