federeren
werkwoordBetekenis
- een federatie gaan vormen
Vervoeging van federeren
federerenhele werkwoord — federeerdeverleden tijd enkelvoud — federeerdenverleden tijd meervoud — gefedereerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | federeer | federeerde |
| jij | federeert | federeerde |
| hij, zij, het | federeert | federeerde |
| wij | federeren | federeerden |
| jullie | federeren | federeerden |
| zij | federeren | federeerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| federeer | gebiedende wijs |
| federeerde | verleden tijd |
| federere | aanvoegende wijs |
| federerend | onvoltooid, deelwoord |
| gefedereerd | verleden tijd, deelwoord |
| gefedereerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefedereerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gefedereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gefedereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gefedereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gefedereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gefedereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gefedereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gefedereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gefedereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefedereerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gefedereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefedereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gefedereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gefedereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefedereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefedereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te federeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gefedereerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen federeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal federeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal federeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal federeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gefedereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefedereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gefedereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou federeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou federeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou federeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gefedereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefedereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefedereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden federeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden federeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden federeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gefedereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefedereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefedereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt federeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gefedereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen federeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen federeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen federeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen federeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gefedereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefedereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefedereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult federeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gefedereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse fédérer met het achtervoegsel -eren
Woordfamilie van federeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| federeer | gebiedende wijs | federeren |
| federeerde | verleden tijd | federeren |
| federeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | federeren |
| federeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | federeren |
| federere | aanvoegende wijs | federeren |
| federerend | onvoltooid deelwoord | federeren |
| federerende | woordvorm | federeren |
| gefedereerd | voltooid deelwoord | federeren |
| gefedereerde | woordvorm | federeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van federeren zijn vastgelegd.