Naar de inhoud

faseren

in fasen onderverdelen, spreiden

faseren

werkwoord

Betekenis

  1. in fasen onderverdelen, spreiden

Vervoeging van faseren

faserenhele werkwoord — faseerdeverleden tijd enkelvoud — faseerdenverleden tijd meervoud — gefaseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik faseer faseerde
jij faseert faseerde
hij, zij, het faseert faseerde
wij faseren faseerden
jullie faseren faseerden
zij faseren faseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gefaseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gefaseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gefaseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gefaseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gefaseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gefaseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gefaseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gefaseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gefaseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gefaseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
faseer gebiedende wijs
faseerde verleden tijd
fasere aanvoegende wijs
faserend onvoltooid, deelwoord
gefaseerd verleden tijd, deelwoord
gefaseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefaseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefaseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefaseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefaseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefaseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefaseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefaseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefaseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefaseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gefaseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gefaseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gefaseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gefaseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gefaseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gefaseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gefaseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gefaseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefaseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gefaseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefaseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gefaseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gefaseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefaseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefaseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gefaseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gefaseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te faseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gefaseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen faseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gefaseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gefaseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gefaseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gefaseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gefaseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gefaseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gefaseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gefaseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gefaseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gefaseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gefaseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gefaseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gefaseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gefaseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gefaseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gefaseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gefaseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gefaseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gefaseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gefaseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal faseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal faseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal faseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gefaseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefaseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gefaseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gefaseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefaseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gefaseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefaseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gefaseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gefaseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gefaseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gefaseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou faseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou faseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou faseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gefaseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefaseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefaseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gefaseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefaseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gefaseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefaseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefaseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefaseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden faseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden faseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden faseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gefaseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefaseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefaseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefaseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gefaseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gefaseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefaseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefaseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefaseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt faseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gefaseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gefaseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gefaseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen faseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen faseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen faseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen faseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gefaseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefaseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefaseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefaseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gefaseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gefaseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefaseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefaseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefaseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult faseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gefaseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gefaseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gefaseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van fase met het achtervoegsel -eren

Woordfamilie van faseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
faseer gebiedende wijs faseren
faseerde verleden tijd faseren
faseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon faseren
faseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon faseren
fasere aanvoegende wijs faseren
faserend onvoltooid deelwoord faseren
faserende woordvorm faseren
gefaseerd voltooid deelwoord faseren
gefaseerde woordvorm faseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van faseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over faseren

Wat betekent faseren?
Faseren is een werkwoord. Het woord betekent: in fasen onderverdelen, spreiden.
Hoe vervoeg je faseren?
Je vervoegt faseren als volgt: de tegenwoordige tijd is faseer, de verleden tijd is faseerde en het voltooid deelwoord is gefaseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord faseren is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. A 1
  3. S 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

faseren levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 100 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. A 1
  3. S 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 100 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

faseren telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

faseren in het kort

faseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van faseren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort faseren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

faseren: in fasen onderverdelen, spreiden
Deel faseren — standaardnederlands.nl