Naar de inhoud

fabuleren

verzinsels vertellen en wel zodanig dat men er zelf in gaat geloven (- w:Karl_Friedrich_Hieronymus_von_Münchhausen|Münchhausen)

fabuleren

werkwoord

Betekenis

  1. verzinsels vertellen en wel zodanig dat men er zelf in gaat geloven (- w:Karl_Friedrich_Hieronymus_von_Münchhausen|Münchhausen)
  2. verhalen, fabels e.d. vertellen

werkwoord

  1. verzinsels vertellen en wel zodanig dat men er zelf in gaat geloven (-> Münchhausen) unergative

Vervoeging van fabuleren

fabulerenhele werkwoord — fabuleerdeverleden tijd enkelvoud — fabuleerdenverleden tijd meervoud — gefabuleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik fabuleer fabuleerde
jij fabuleert fabuleerde
hij, zij, het fabuleert fabuleerde
wij fabuleren fabuleerden
jullie fabuleren fabuleerden
zij fabuleren fabuleerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
fabuleer gebiedende wijs
fabuleerde verleden tijd
fabulere aanvoegende wijs
fabulerend onvoltooid, deelwoord
gefabuleerd verleden tijd, deelwoord
gefabuleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefabuleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gefabuleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gefabuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gefabuleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gefabuleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gefabuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gefabuleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gefabuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gefabuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefabuleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gefabuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefabuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gefabuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gefabuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefabuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefabuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te fabuleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gefabuleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen fabuleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal fabuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal fabuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal fabuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gefabuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefabuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gefabuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou fabuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou fabuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou fabuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gefabuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefabuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefabuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden fabuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden fabuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden fabuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gefabuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefabuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefabuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt fabuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gefabuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen fabuleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen fabuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen fabuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen fabuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gefabuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefabuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefabuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult fabuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gefabuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse fabuler (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van fabuleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
fabuleer gebiedende wijs fabuleren
fabuleerde verleden tijd fabuleren
fabuleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon fabuleren
fabuleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon fabuleren
fabulere aanvoegende wijs fabuleren
fabulerend onvoltooid deelwoord fabuleren
fabulerende woordvorm fabuleren
gefabuleerd voltooid deelwoord fabuleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fabuleren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over fabuleren

Wat betekent fabuleren?
Fabuleren is een werkwoord. Het woord betekent: verzinsels vertellen en wel zodanig dat men er zelf in gaat geloven (- w:Karl_Friedrich_Hieronymus_von_Münchhausen|Münchhausen). Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je fabuleren?
Je vervoegt fabuleren als volgt: de tegenwoordige tijd is fabuleer, de verleden tijd is fabuleerde en het voltooid deelwoord is gefabuleerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord fabuleren is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. A 1
  3. B 3
  4. U 4
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

fabuleren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. A 1
  3. B 4
  4. U 2
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

fabuleren in het kort

fabuleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van fabuleren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort fabuleren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

fabuleren: verzinsels vertellen en wel zodanig dat men er zelf in gaat geloven (- w:Karl_Friedrich_Hieronymus_von_Münchhausen|Münchhausen)
Deel fabuleren — standaardnederlands.nl