Naar de inhoud

extraheren

vaste bestanddelen van iets oplossen door blootstelling aan een geschikt oplosmiddel

extraheren

werkwoord

Betekenis

  1. vaste bestanddelen van iets oplossen door blootstelling aan een geschikt oplosmiddel

Vervoeging van extraheren

extraherenhele werkwoord — extraheerdeverleden tijd enkelvoud — extraheerdenverleden tijd meervoud — geëxtraheerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik extraheer extraheerde
jij extraheert extraheerde
hij, zij, het extraheert extraheerde
wij extraheren extraheerden
jullie extraheren extraheerden
zij extraheren extraheerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geëxtraheerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geëxtraheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geëxtraheerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geëxtraheerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geëxtraheerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geëxtraheerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geëxtraheerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geëxtraheerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geëxtraheerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geëxtraheerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
extraheer gebiedende wijs
extraheerde verleden tijd
extrahere aanvoegende wijs
extraherend onvoltooid, deelwoord
geëxtraheerd verleden tijd, deelwoord
geëxtraheerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëxtraheerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëxtraheerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëxtraheerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëxtraheerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëxtraheerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëxtraheerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëxtraheerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëxtraheerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëxtraheerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geëxtraheerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geëxtraheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geëxtraheerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geëxtraheerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geëxtraheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geëxtraheerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geëxtraheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geëxtraheerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëxtraheerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geëxtraheerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëxtraheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geëxtraheerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geëxtraheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëxtraheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëxtraheerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geëxtraheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geëxtraheerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te extraheren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geëxtraheerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen extraheren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geëxtraheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëxtraheerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geëxtraheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëxtraheerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geëxtraheerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geëxtraheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geëxtraheerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geëxtraheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geëxtraheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geëxtraheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geëxtraheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geëxtraheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geëxtraheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geëxtraheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geëxtraheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geëxtraheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geëxtraheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geëxtraheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geëxtraheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geëxtraheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal extraheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal extraheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal extraheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geëxtraheerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëxtraheerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geëxtraheerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geëxtraheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëxtraheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geëxtraheerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëxtraheerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geëxtraheerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geëxtraheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geëxtraheerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geëxtraheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou extraheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou extraheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou extraheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geëxtraheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëxtraheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëxtraheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geëxtraheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëxtraheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geëxtraheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëxtraheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëxtraheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëxtraheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden extraheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden extraheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden extraheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geëxtraheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëxtraheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëxtraheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëxtraheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geëxtraheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geëxtraheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëxtraheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëxtraheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëxtraheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt extraheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geëxtraheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëxtraheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëxtraheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen extraheren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen extraheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen extraheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen extraheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geëxtraheerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëxtraheerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëxtraheerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëxtraheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geëxtraheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geëxtraheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëxtraheerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëxtraheerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëxtraheerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult extraheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geëxtraheerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëxtraheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëxtraheerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘uittrekken’ voor het eerst aangetroffen in 1477

Woordfamilie van extraheren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
extraheer gebiedende wijs extraheren
extraheerde verleden tijd extraheren
extraheerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon extraheren
extraheert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon extraheren
extrahere aanvoegende wijs extraheren
extraherend onvoltooid deelwoord extraheren
extraherende woordvorm extraheren
geëxtraheerd voltooid deelwoord extraheren
geëxtraheerde woordvorm extraheren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van extraheren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over extraheren

Wat betekent extraheren?
Extraheren is een werkwoord. Het woord betekent: vaste bestanddelen van iets oplossen door blootstelling aan een geschikt oplosmiddel.
Hoe vervoeg je extraheren?
Je vervoegt extraheren als volgt: de tegenwoordige tijd is extraheer, de verleden tijd is extraheerde en het voltooid deelwoord is geëxtraheerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord extraheren is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. E 1
  2. X 8
  3. T 2
  4. R 2
  5. A 1
  6. H 4
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

extraheren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 117 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. E 1
  2. X 8
  3. T 2
  4. R 2
  5. A 1
  6. H 4
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 zonder bonus
  12. 117 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (X) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

extraheren in het kort

extraheren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van extraheren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort extraheren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

extraheren: vaste bestanddelen van iets oplossen door blootstelling aan een geschikt oplosmiddel
Deel extraheren — standaardnederlands.nl