extraheren
werkwoordBetekenis
- vaste bestanddelen van iets oplossen door blootstelling aan een geschikt oplosmiddel
Vervoeging van extraheren
extraherenhele werkwoord — extraheerdeverleden tijd enkelvoud — extraheerdenverleden tijd meervoud — geëxtraheerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | extraheer | extraheerde |
| jij | extraheert | extraheerde |
| hij, zij, het | extraheert | extraheerde |
| wij | extraheren | extraheerden |
| jullie | extraheren | extraheerden |
| zij | extraheren | extraheerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geëxtraheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geëxtraheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geëxtraheerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geëxtraheerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geëxtraheerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geëxtraheerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geëxtraheerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geëxtraheerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geëxtraheerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geëxtraheerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| extraheer | gebiedende wijs |
| extraheerde | verleden tijd |
| extrahere | aanvoegende wijs |
| extraherend | onvoltooid, deelwoord |
| geëxtraheerd | verleden tijd, deelwoord |
| geëxtraheerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geëxtraheerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geëxtraheerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëxtraheerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëxtraheerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëxtraheerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geëxtraheerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geëxtraheerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geëxtraheerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geëxtraheerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geëxtraheerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geëxtraheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geëxtraheerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geëxtraheerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geëxtraheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geëxtraheerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geëxtraheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geëxtraheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geëxtraheerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geëxtraheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geëxtraheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geëxtraheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geëxtraheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geëxtraheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geëxtraheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geëxtraheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geëxtraheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te extraheren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geëxtraheerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen extraheren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geëxtraheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geëxtraheerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geëxtraheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geëxtraheerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geëxtraheerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geëxtraheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geëxtraheerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geëxtraheerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geëxtraheerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geëxtraheerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geëxtraheerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geëxtraheerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geëxtraheerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geëxtraheerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geëxtraheerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geëxtraheerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geëxtraheerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geëxtraheerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geëxtraheerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geëxtraheerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal extraheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal extraheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal extraheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geëxtraheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geëxtraheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geëxtraheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geëxtraheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geëxtraheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geëxtraheerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geëxtraheerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geëxtraheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geëxtraheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geëxtraheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geëxtraheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou extraheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou extraheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou extraheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geëxtraheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geëxtraheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geëxtraheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geëxtraheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geëxtraheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geëxtraheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geëxtraheerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geëxtraheerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geëxtraheerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden extraheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden extraheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden extraheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geëxtraheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geëxtraheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geëxtraheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geëxtraheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geëxtraheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geëxtraheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geëxtraheerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geëxtraheerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geëxtraheerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt extraheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geëxtraheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geëxtraheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geëxtraheerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen extraheren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen extraheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen extraheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen extraheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geëxtraheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geëxtraheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geëxtraheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geëxtraheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geëxtraheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geëxtraheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geëxtraheerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geëxtraheerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geëxtraheerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult extraheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geëxtraheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geëxtraheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geëxtraheerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘uittrekken’ voor het eerst aangetroffen in 1477
Woordfamilie van extraheren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| extraheer | gebiedende wijs | extraheren |
| extraheerde | verleden tijd | extraheren |
| extraheerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | extraheren |
| extraheert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | extraheren |
| extrahere | aanvoegende wijs | extraheren |
| extraherend | onvoltooid deelwoord | extraheren |
| extraherende | woordvorm | extraheren |
| geëxtraheerd | voltooid deelwoord | extraheren |
| geëxtraheerde | woordvorm | extraheren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van extraheren zijn vastgelegd.