Naar de inhoud

expireren

uitademen

expireren

werkwoord

Betekenis

  1. uitademen
  2. sterven
  3. aflopen, eindigen

Vervoeging van expireren

expirerenhele werkwoord — expireerdeverleden tijd enkelvoud — expireerdenverleden tijd meervoud — geëxpireerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik expireer expireerde
jij expireert expireerde
hij, zij, het expireert expireerde
wij expireren expireerden
jullie expireren expireerden
zij expireren expireerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geëxpireerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geëxpireerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geëxpireerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geëxpireerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geëxpireerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geëxpireerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geëxpireerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geëxpireerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geëxpireerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geëxpireerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
expireer gebiedende wijs
expireerde verleden tijd
expirere aanvoegende wijs
expirerend onvoltooid, deelwoord
geëxpireerd verleden tijd, deelwoord
geëxpireerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëxpireerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëxpireerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëxpireerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëxpireerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëxpireerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëxpireerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëxpireerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëxpireerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëxpireerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geëxpireerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geëxpireerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geëxpireerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geëxpireerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geëxpireerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geëxpireerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geëxpireerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geëxpireerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëxpireerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geëxpireerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëxpireerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geëxpireerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geëxpireerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëxpireerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëxpireerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geëxpireerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geëxpireerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te expireren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geëxpireerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen expireren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geëxpireerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëxpireerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geëxpireerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëxpireerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geëxpireerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geëxpireerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geëxpireerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geëxpireerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geëxpireerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geëxpireerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geëxpireerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geëxpireerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geëxpireerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geëxpireerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geëxpireerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geëxpireerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geëxpireerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geëxpireerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geëxpireerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geëxpireerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal expireren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal expireren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal expireren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geëxpireerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëxpireerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geëxpireerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geëxpireerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëxpireerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geëxpireerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëxpireerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geëxpireerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geëxpireerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geëxpireerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geëxpireerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou expireren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou expireren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou expireren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geëxpireerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëxpireerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëxpireerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geëxpireerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëxpireerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geëxpireerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëxpireerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëxpireerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëxpireerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden expireren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden expireren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden expireren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geëxpireerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëxpireerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëxpireerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëxpireerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geëxpireerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geëxpireerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëxpireerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëxpireerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëxpireerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt expireren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geëxpireerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëxpireerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëxpireerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen expireren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen expireren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen expireren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen expireren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geëxpireerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëxpireerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëxpireerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëxpireerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geëxpireerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geëxpireerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëxpireerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëxpireerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëxpireerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult expireren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geëxpireerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëxpireerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëxpireerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘eindigen, aflopen’ voor het eerst aangetroffen in 1450

Woordfamilie van expireren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
expireer gebiedende wijs expireren
expireerde verleden tijd expireren
expireerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon expireren
expireert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon expireren
expirere aanvoegende wijs expireren
expirerend onvoltooid deelwoord expireren
expirerende woordvorm expireren
geëxpireerd voltooid deelwoord expireren
geëxpireerde woordvorm expireren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van expireren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over expireren

Wat betekent expireren?
Expireren is een werkwoord. Het woord betekent: uitademen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je expireren?
Je vervoegt expireren als volgt: de tegenwoordige tijd is expireer, de verleden tijd is expireerde en het voltooid deelwoord is geëxpireerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord expireren is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. E 1
  2. X 8
  3. P 3
  4. I 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

expireren levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 114 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. E 1
  2. X 8
  3. P 4
  4. I 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 zonder bonus
  11. 114 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (X) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

expireren in het kort

expireren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van expireren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort expireren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

expireren: uitademen
Deel expireren — standaardnederlands.nl