Naar de inhoud

exhiberen

tentoonstellen, uitstallen

exhiberen

werkwoord

Betekenis

  1. tentoonstellen, uitstallen
  2. overleggen|óverleggen (scheidbaar)

werkwoord

  1. óverleggen (scheidbaar)

Vervoeging van exhiberen

exhiberenhele werkwoord — exhibeerdeverleden tijd enkelvoud — exhibeerdenverleden tijd meervoud — geëxhibeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik exhibeer exhibeerde
jij exhibeert exhibeerde
hij, zij, het exhibeert exhibeerde
wij exhiberen exhibeerden
jullie exhiberen exhibeerden
zij exhiberen exhibeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geëxhibeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geëxhibeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geëxhibeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geëxhibeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geëxhibeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geëxhibeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geëxhibeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geëxhibeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geëxhibeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geëxhibeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
exhibeer gebiedende wijs
exhibeerde verleden tijd
exhibere aanvoegende wijs
exhiberend onvoltooid, deelwoord
geëxhibeerd verleden tijd, deelwoord
geëxhibeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëxhibeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëxhibeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëxhibeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëxhibeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëxhibeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëxhibeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëxhibeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëxhibeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëxhibeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geëxhibeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geëxhibeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geëxhibeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geëxhibeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geëxhibeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geëxhibeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geëxhibeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geëxhibeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëxhibeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geëxhibeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëxhibeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geëxhibeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geëxhibeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëxhibeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëxhibeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geëxhibeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geëxhibeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te exhiberen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geëxhibeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen exhiberen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geëxhibeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëxhibeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geëxhibeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëxhibeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geëxhibeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geëxhibeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geëxhibeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geëxhibeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geëxhibeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geëxhibeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geëxhibeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geëxhibeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geëxhibeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geëxhibeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geëxhibeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geëxhibeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geëxhibeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geëxhibeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geëxhibeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geëxhibeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal exhiberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal exhiberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal exhiberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geëxhibeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëxhibeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geëxhibeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geëxhibeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëxhibeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geëxhibeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëxhibeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geëxhibeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geëxhibeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geëxhibeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geëxhibeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou exhiberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou exhiberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou exhiberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geëxhibeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëxhibeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëxhibeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geëxhibeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëxhibeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geëxhibeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëxhibeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëxhibeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëxhibeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden exhiberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden exhiberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden exhiberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geëxhibeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëxhibeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëxhibeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëxhibeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geëxhibeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geëxhibeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëxhibeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëxhibeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëxhibeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt exhiberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geëxhibeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëxhibeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëxhibeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen exhiberen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen exhiberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen exhiberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen exhiberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geëxhibeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëxhibeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëxhibeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëxhibeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geëxhibeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geëxhibeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëxhibeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëxhibeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëxhibeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult exhiberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geëxhibeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëxhibeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëxhibeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse exhiber (met het voorvoegsel ex- en met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van exhiberen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
exhibeer gebiedende wijs exhiberen
exhibeerde verleden tijd exhiberen
exhibeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon exhiberen
exhibeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon exhiberen
exhibere aanvoegende wijs exhiberen
exhiberend onvoltooid deelwoord exhiberen
exhiberende woordvorm exhiberen
geëxhibeerd voltooid deelwoord exhiberen
geëxhibeerde woordvorm exhiberen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van exhiberen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over exhiberen

Wat is de betekenis van exhiberen?
Exhiberen is een werkwoord. De betekenis is: tentoonstellen, uitstallen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik exhiberen?
Zo vervoeg je exhiberen zo: de tegenwoordige tijd is exhibeer, de verleden tijd is exhibeerde en het voltooid deelwoord is geëxhibeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord exhiberen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. E 1
  2. X 8
  3. H 4
  4. I 1
  5. B 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

exhiberen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 120 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. E 1
  2. X 8
  3. H 4
  4. I 2
  5. B 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 24 zonder bonus
  11. 120 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (X) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

exhiberen in het kort

exhiberen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van exhiberen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort exhiberen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

exhiberen: tentoonstellen, uitstallen
Deel exhiberen — standaardnederlands.nl