Naar de inhoud

excommuniceren

het in de kerkban doen van een persoon.

excommuniceren

werkwoord

Betekenis

  1. het in de kerkban doen van een persoon.

Vervoeging van excommuniceren

excommunicerenhele werkwoord — excommuniceerdeverleden tijd enkelvoud — excommuniceerdenverleden tijd meervoud — geëxcommuniceerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik excommuniceer excommuniceerde
jij excommuniceert excommuniceerde
hij, zij, het excommuniceert excommuniceerde
wij excommuniceren excommuniceerden
jullie excommuniceren excommuniceerden
zij excommuniceren excommuniceerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geëxcommuniceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geëxcommuniceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geëxcommuniceerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geëxcommuniceerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geëxcommuniceerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geëxcommuniceerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geëxcommuniceerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geëxcommuniceerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geëxcommuniceerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geëxcommuniceerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
excommuniceer gebiedende wijs
excommuniceerde verleden tijd
excommunicere aanvoegende wijs
excommunicerend onvoltooid, deelwoord
geëxcommuniceerd verleden tijd, deelwoord
geëxcommuniceerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëxcommuniceerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëxcommuniceerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëxcommuniceerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëxcommuniceerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëxcommuniceerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëxcommuniceerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëxcommuniceerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëxcommuniceerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëxcommuniceerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geëxcommuniceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geëxcommuniceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geëxcommuniceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geëxcommuniceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geëxcommuniceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geëxcommuniceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geëxcommuniceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geëxcommuniceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëxcommuniceerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geëxcommuniceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëxcommuniceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geëxcommuniceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geëxcommuniceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëxcommuniceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëxcommuniceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geëxcommuniceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geëxcommuniceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te excommuniceren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geëxcommuniceerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen excommuniceren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geëxcommuniceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëxcommuniceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geëxcommuniceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëxcommuniceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geëxcommuniceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geëxcommuniceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geëxcommuniceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geëxcommuniceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geëxcommuniceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geëxcommuniceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geëxcommuniceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geëxcommuniceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geëxcommuniceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geëxcommuniceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geëxcommuniceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geëxcommuniceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geëxcommuniceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geëxcommuniceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geëxcommuniceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geëxcommuniceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal excommuniceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal excommuniceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal excommuniceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geëxcommuniceerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëxcommuniceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geëxcommuniceerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geëxcommuniceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëxcommuniceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geëxcommuniceerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëxcommuniceerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geëxcommuniceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geëxcommuniceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geëxcommuniceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geëxcommuniceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou excommuniceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou excommuniceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou excommuniceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geëxcommuniceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëxcommuniceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëxcommuniceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geëxcommuniceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëxcommuniceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geëxcommuniceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëxcommuniceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëxcommuniceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëxcommuniceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden excommuniceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden excommuniceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden excommuniceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geëxcommuniceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëxcommuniceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëxcommuniceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëxcommuniceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geëxcommuniceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geëxcommuniceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëxcommuniceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëxcommuniceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëxcommuniceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt excommuniceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geëxcommuniceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëxcommuniceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëxcommuniceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen excommuniceren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen excommuniceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen excommuniceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen excommuniceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geëxcommuniceerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëxcommuniceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëxcommuniceerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëxcommuniceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geëxcommuniceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geëxcommuniceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëxcommuniceerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëxcommuniceerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëxcommuniceerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult excommuniceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geëxcommuniceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëxcommuniceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëxcommuniceerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘in de kerkban doen’ voor het eerst aangetroffen in 1540

Woordfamilie van excommuniceren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
excommuniceer gebiedende wijs excommuniceren
excommuniceerde verleden tijd excommuniceren
excommuniceerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon excommuniceren
excommuniceert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon excommuniceren
excommunicere aanvoegende wijs excommuniceren
excommunicerend onvoltooid deelwoord excommuniceren
excommunicerende woordvorm excommuniceren
geëxcommuniceerd voltooid deelwoord excommuniceren
geëxcommuniceerde woordvorm excommuniceren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van excommuniceren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over excommuniceren

Wat betekent excommuniceren?
Excommuniceren is een werkwoord. Het woord betekent: het in de kerkban doen van een persoon.
Hoe vervoeg je excommuniceren?
Je vervoegt excommuniceren als volgt: de tegenwoordige tijd is excommuniceer, de verleden tijd is excommuniceerde en het voltooid deelwoord is geëxcommuniceerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord excommuniceren is 37 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. E 1
  2. X 8
  3. C 5
  4. O 1
  5. M 3
  6. M 3
  7. U 4
  8. N 1
  9. I 1
  10. C 5
  11. E 1
  12. R 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 37 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

excommuniceren levert met Wordfeud minimaal 36 en maximaal 156 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. E 1
  2. X 8
  3. C 5
  4. O 1
  5. M 3
  6. M 3
  7. U 2
  8. N 1
  9. I 2
  10. C 5
  11. E 1
  12. R 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 36 zonder bonus
  16. 156 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (X) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

excommuniceren in het kort

excommuniceren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van excommuniceren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort excommuniceren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

excommuniceren: het in de kerkban doen van een persoon.
Deel excommuniceren — standaardnederlands.nl