evaporeren
werkwoordBetekenis
- verdampen (b.v. het concentreren van vloeistoffen door verdampen)
Vervoeging van evaporeren
evaporerenhele werkwoord — evaporeerdeverleden tijd enkelvoud — evaporeerdenverleden tijd meervoud — geëvaporeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | evaporeer | evaporeerde |
| jij | evaporeert | evaporeerde |
| hij, zij, het | evaporeert | evaporeerde |
| wij | evaporeren | evaporeerden |
| jullie | evaporeren | evaporeerden |
| zij | evaporeren | evaporeerden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben geëvaporeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geëvaporeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| evaporeer | gebiedende wijs |
| evaporeerde | verleden tijd |
| evaporere | aanvoegende wijs |
| evaporerend | onvoltooid, deelwoord |
| geëvaporeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geëvaporeerd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëvaporeerd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is geëvaporeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geëvaporeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te evaporeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn geëvaporeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen evaporeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geëvaporeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geëvaporeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geëvaporeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geëvaporeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geëvaporeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geëvaporeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geëvaporeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal evaporeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal evaporeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal evaporeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geëvaporeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geëvaporeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geëvaporeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geëvaporeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn geëvaporeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geëvaporeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geëvaporeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geëvaporeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou evaporeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou evaporeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou evaporeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geëvaporeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geëvaporeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geëvaporeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden evaporeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden evaporeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden evaporeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geëvaporeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geëvaporeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geëvaporeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt evaporeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geëvaporeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen evaporeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen evaporeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen evaporeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen evaporeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geëvaporeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geëvaporeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geëvaporeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult evaporeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geëvaporeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘uitwasemen’ voor het eerst aangetroffen in 1514
Woordfamilie van evaporeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| evaporeer | gebiedende wijs | evaporeren |
| evaporeerde | verleden tijd | evaporeren |
| evaporeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | evaporeren |
| evaporeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | evaporeren |
| evaporere | aanvoegende wijs | evaporeren |
| evaporerend | onvoltooid deelwoord | evaporeren |
| evaporerende | woordvorm | evaporeren |
| geëvaporeerd | voltooid deelwoord | evaporeren |
| geëvaporeerde | woordvorm | evaporeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van evaporeren zijn vastgelegd.