evangelie
zelfstandig naamwoord evɑŋ'ɣeliBetekenis
- de blijde boodschap die het christendom predikt
- een bijbelboek dat een ooggetuigeverslag van het optreden van Jesus bevat
- elk van de vier boeken die in het begin van het Nieuwe Testament staan
- een boodschap of overtuiging die iemand uitdraagt
Hoe spreek je evangelie uit?
/evɑŋˈxeli/
Evangelie bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| e | veel |
| v | vis |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| x | acht |
| l | land |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| evangelies | meervoud |
| evangeliën | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘elk van de vier boeken van het Nieuwe Testament’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van evangelie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| evangelies | meervoud | evangelie |
| evangeliën | meervoud | evangelie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van evangelie zijn vastgelegd.