enthousiasmeren
werkwoordBetekenis
- stimuleren, activeren, motiveren
Vervoeging van enthousiasmeren
enthousiasmerenhele werkwoord — enthousiasmeerdeverleden tijd enkelvoud — enthousiasmeerdenverleden tijd meervoud — geënthousiasmeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | enthousiasmeer | enthousiasmeerde |
| jij | enthousiasmeert | enthousiasmeerde |
| hij, zij, het | enthousiasmeert | enthousiasmeerde |
| wij | enthousiasmeren | enthousiasmeerden |
| jullie | enthousiasmeren | enthousiasmeerden |
| zij | enthousiasmeren | enthousiasmeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geënthousiasmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geënthousiasmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| enthousiasmeer | gebiedende wijs |
| enthousiasmeerde | verleden tijd |
| enthousiasmere | aanvoegende wijs |
| enthousiasmerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geënthousiasmeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geënthousiasmeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geënthousiasmeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geënthousiasmeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geënthousiasmeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geënthousiasmeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geënthousiasmeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geënthousiasmeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geënthousiasmeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geënthousiasmeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geënthousiasmeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geënthousiasmeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geënthousiasmeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geënthousiasmeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geënthousiasmeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geënthousiasmeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geënthousiasmeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geënthousiasmeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geënthousiasmeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geënthousiasmeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geënthousiasmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geënthousiasmeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geënthousiasmeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geënthousiasmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geënthousiasmeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geënthousiasmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geënthousiasmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geënthousiasmeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geënthousiasmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geënthousiasmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geënthousiasmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geënthousiasmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geënthousiasmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geënthousiasmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geënthousiasmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geënthousiasmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te enthousiasmeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geënthousiasmeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen enthousiasmeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geënthousiasmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geënthousiasmeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geënthousiasmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geënthousiasmeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geënthousiasmeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geënthousiasmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geënthousiasmeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geënthousiasmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geënthousiasmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geënthousiasmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geënthousiasmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geënthousiasmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geënthousiasmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geënthousiasmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geënthousiasmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geënthousiasmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geënthousiasmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geënthousiasmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geënthousiasmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geënthousiasmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal enthousiasmeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal enthousiasmeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal enthousiasmeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geënthousiasmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geënthousiasmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geënthousiasmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geënthousiasmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geënthousiasmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geënthousiasmeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geënthousiasmeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geënthousiasmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geënthousiasmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geënthousiasmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geënthousiasmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou enthousiasmeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou enthousiasmeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou enthousiasmeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geënthousiasmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geënthousiasmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geënthousiasmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geënthousiasmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geënthousiasmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geënthousiasmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geënthousiasmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geënthousiasmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geënthousiasmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden enthousiasmeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden enthousiasmeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden enthousiasmeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geënthousiasmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geënthousiasmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geënthousiasmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geënthousiasmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geënthousiasmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geënthousiasmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geënthousiasmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geënthousiasmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geënthousiasmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt enthousiasmeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geënthousiasmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geënthousiasmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geënthousiasmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen enthousiasmeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen enthousiasmeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen enthousiasmeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen enthousiasmeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geënthousiasmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geënthousiasmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geënthousiasmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geënthousiasmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geënthousiasmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geënthousiasmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geënthousiasmeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geënthousiasmeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geënthousiasmeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult enthousiasmeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geënthousiasmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geënthousiasmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geënthousiasmeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse enthousiasmer (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van enthousiasmeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| enthousiasmeer | gebiedende wijs | enthousiasmeren |
| enthousiasmeerde | verleden tijd | enthousiasmeren |
| enthousiasmeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | enthousiasmeren |
| enthousiasmeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | enthousiasmeren |
| enthousiasmere | aanvoegende wijs | enthousiasmeren |
| geënthousiasmeerd | voltooid deelwoord | enthousiasmeren |
| geënthousiasmeerde | woordvorm | enthousiasmeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van enthousiasmeren zijn vastgelegd.