emulgeren
werkwoordBetekenis
- een melkachtige oplossing (emulsie) vormen
- een melkachtige oplossing doen vormen
Vervoeging van emulgeren
emulgerenhele werkwoord — emulgeerdeverleden tijd enkelvoud — emulgeerdenverleden tijd meervoud — geëmulgeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | emulgeer | emulgeerde |
| jij | emulgeert | emulgeerde |
| hij, zij, het | emulgeert | emulgeerde |
| wij | emulgeren | emulgeerden |
| jullie | emulgeren | emulgeerden |
| zij | emulgeren | emulgeerden |
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief, voltooid |
| ben geëmulgeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geëmulgeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| emulgeer | gebiedende wijs |
| emulgeerde | verleden tijd |
| emulgere | aanvoegende wijs |
| emulgerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geëmulgeerd | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was geëmulgeerd | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd geëmulgeerd | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt geëmulgeerd | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal geëmulgeerd worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal geëmulgeerd zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou geëmulgeerd worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou geëmulgeerd zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geëmulgeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geëmulgeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geëmulgeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geëmulgeerd te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëmulgeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëmulgeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëmulgeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geëmulgeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geëmulgeerd zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geëmulgeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geëmulgeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hebben geëmulgeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| is geëmulgeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geëmulgeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te emulgeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben/zijn geëmulgeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen emulgeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geëmulgeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geëmulgeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geëmulgeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geëmulgeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geëmulgeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geëmulgeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geëmulgeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geëmulgeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geëmulgeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geëmulgeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geëmulgeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geëmulgeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geëmulgeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geëmulgeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geëmulgeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geëmulgeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geëmulgeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geëmulgeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geëmulgeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geëmulgeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal emulgeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal emulgeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal emulgeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geëmulgeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geëmulgeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geëmulgeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geëmulgeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geëmulgeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn geëmulgeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geëmulgeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geëmulgeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geëmulgeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou emulgeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou emulgeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou emulgeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geëmulgeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geëmulgeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geëmulgeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geëmulgeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geëmulgeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geëmulgeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden emulgeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden emulgeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden emulgeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geëmulgeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geëmulgeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geëmulgeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geëmulgeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geëmulgeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geëmulgeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt emulgeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geëmulgeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geëmulgeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen emulgeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen emulgeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen emulgeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen emulgeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geëmulgeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geëmulgeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geëmulgeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geëmulgeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geëmulgeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geëmulgeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult emulgeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geëmulgeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geëmulgeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘tot een emulsie maken’ voor het eerst aangetroffen in 1793
Woordfamilie van emulgeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| emulgeer | gebiedende wijs | emulgeren |
| emulgeerde | verleden tijd | emulgeren |
| emulgeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | emulgeren |
| emulgeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | emulgeren |
| emulgere | aanvoegende wijs | emulgeren |
| emulgerend | onvoltooid deelwoord | emulgeren |
| emulgerende | woordvorm | emulgeren |
| geëmulgeerd | voltooid deelwoord | emulgeren |
| geëmulgeerde | woordvorm | emulgeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van emulgeren zijn vastgelegd.