Naar de inhoud

emulgeren

een melkachtige oplossing (emulsie) vormen

emulgeren

werkwoord

Betekenis

  1. een melkachtige oplossing (emulsie) vormen
  2. een melkachtige oplossing doen vormen

Vervoeging van emulgeren

emulgerenhele werkwoord — emulgeerdeverleden tijd enkelvoud — emulgeerdenverleden tijd meervoud — geëmulgeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik emulgeer emulgeerde
jij emulgeert emulgeerde
hij, zij, het emulgeert emulgeerde
wij emulgeren emulgeerden
jullie emulgeren emulgeerden
zij emulgeren emulgeerden
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
ben geëmulgeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geëmulgeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
emulgeer gebiedende wijs
emulgeerde verleden tijd
emulgere aanvoegende wijs
emulgerend onvoltooid, deelwoord
er is geëmulgeerd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was geëmulgeerd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd geëmulgeerd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt geëmulgeerd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal geëmulgeerd worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal geëmulgeerd zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou geëmulgeerd worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou geëmulgeerd zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
geëmulgeerd verleden tijd, deelwoord
geëmulgeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëmulgeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëmulgeerd te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëmulgeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëmulgeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëmulgeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëmulgeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëmulgeerd zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëmulgeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëmulgeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hebben geëmulgeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
is geëmulgeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geëmulgeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te emulgeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben/zijn geëmulgeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen emulgeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geëmulgeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëmulgeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geëmulgeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëmulgeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geëmulgeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geëmulgeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geëmulgeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geëmulgeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geëmulgeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geëmulgeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geëmulgeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geëmulgeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geëmulgeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geëmulgeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geëmulgeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geëmulgeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geëmulgeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geëmulgeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geëmulgeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geëmulgeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal emulgeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal emulgeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal emulgeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geëmulgeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëmulgeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geëmulgeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëmulgeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geëmulgeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn geëmulgeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geëmulgeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geëmulgeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geëmulgeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou emulgeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou emulgeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou emulgeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geëmulgeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëmulgeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geëmulgeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëmulgeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëmulgeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëmulgeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden emulgeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden emulgeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden emulgeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geëmulgeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geëmulgeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geëmulgeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëmulgeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëmulgeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëmulgeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt emulgeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geëmulgeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëmulgeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen emulgeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen emulgeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen emulgeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen emulgeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geëmulgeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geëmulgeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geëmulgeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëmulgeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëmulgeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëmulgeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult emulgeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geëmulgeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëmulgeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘tot een emulsie maken’ voor het eerst aangetroffen in 1793

Woordfamilie van emulgeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
emulgeer gebiedende wijs emulgeren
emulgeerde verleden tijd emulgeren
emulgeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon emulgeren
emulgeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon emulgeren
emulgere aanvoegende wijs emulgeren
emulgerend onvoltooid deelwoord emulgeren
emulgerende woordvorm emulgeren
geëmulgeerd voltooid deelwoord emulgeren
geëmulgeerde woordvorm emulgeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van emulgeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over emulgeren

Wat betekent emulgeren?
Emulgeren is een werkwoord. Het woord betekent: een melkachtige oplossing (emulsie) vormen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je emulgeren?
Je vervoegt emulgeren als volgt: de tegenwoordige tijd is emulgeer, de verleden tijd is emulgeerde en het voltooid deelwoord is geëmulgeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord emulgeren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. E 1
  2. M 3
  3. U 4
  4. L 3
  5. G 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

emulgeren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. E 1
  2. M 3
  3. U 2
  4. L 3
  5. G 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

emulgeren in het kort

emulgeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van emulgeren zijn 63 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort emulgeren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

emulgeren: een melkachtige oplossing (emulsie) vormen
Deel emulgeren — standaardnederlands.nl