Naar de inhoud

emailleren

met email bedekken

emailleren

werkwoord

Betekenis

  1. met email bedekken

Vervoeging van emailleren

emaillerenhele werkwoord — emailleerdeverleden tijd enkelvoud — emailleerdenverleden tijd meervoud — geëmailleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik emailleer emailleerde
jij emailleert emailleerde
hij, zij, het emailleert emailleerde
wij emailleren emailleerden
jullie emailleren emailleerden
zij emailleren emailleerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geëmailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geëmailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
emailleer gebiedende wijs
emailleerde verleden tijd
emaillere aanvoegende wijs
emaillerend onvoltooid, deelwoord
er is geëmailleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geëmailleerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geëmailleerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geëmailleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geëmailleerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geëmailleerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geëmailleerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geëmailleerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geëmailleerd verleden tijd, deelwoord
geëmailleerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëmailleerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëmailleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëmailleerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëmailleerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëmailleerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëmailleerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëmailleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëmailleerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëmailleerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geëmailleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geëmailleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geëmailleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geëmailleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geëmailleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geëmailleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geëmailleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geëmailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëmailleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geëmailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëmailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geëmailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geëmailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëmailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëmailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geëmailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geëmailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te emailleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geëmailleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen emailleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geëmailleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëmailleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geëmailleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëmailleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geëmailleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geëmailleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geëmailleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geëmailleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geëmailleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geëmailleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geëmailleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geëmailleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geëmailleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geëmailleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geëmailleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geëmailleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geëmailleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geëmailleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geëmailleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geëmailleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal emailleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal emailleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal emailleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geëmailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëmailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geëmailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geëmailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëmailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geëmailleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëmailleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geëmailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geëmailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geëmailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geëmailleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou emailleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou emailleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou emailleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geëmailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëmailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëmailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geëmailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëmailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geëmailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëmailleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëmailleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëmailleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden emailleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden emailleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden emailleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geëmailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëmailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëmailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëmailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geëmailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geëmailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëmailleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëmailleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëmailleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt emailleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geëmailleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëmailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëmailleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen emailleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen emailleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen emailleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen emailleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geëmailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëmailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëmailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëmailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geëmailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geëmailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëmailleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëmailleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëmailleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult emailleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geëmailleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëmailleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëmailleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse émailler (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van emailleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
emailleer gebiedende wijs emailleren
emailleerde verleden tijd emailleren
emailleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon emailleren
emailleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon emailleren
emaillere aanvoegende wijs emailleren
emaillerend onvoltooid deelwoord emailleren
emaillerende woordvorm emailleren
geëmailleerd voltooid deelwoord emailleren
geëmailleerde woordvorm emailleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van emailleren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over emailleren

Wat betekent emailleren?
Emailleren is een werkwoord. Het woord betekent: met email bedekken.
Hoe vervoeg je emailleren?
Je vervoegt emailleren als volgt: de tegenwoordige tijd is emailleer, de verleden tijd is emailleerde en het voltooid deelwoord is geëmailleerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord emailleren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. E 1
  2. M 3
  3. A 1
  4. I 1
  5. L 3
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

emailleren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. E 1
  2. M 3
  3. A 1
  4. I 2
  5. L 3
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

emailleren in het kort

emailleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van emailleren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort emailleren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

emailleren: met email bedekken
Deel emailleren — standaardnederlands.nl