Naar de inhoud

elektrocuteren

doden of ter dood brengen door elektrische stroom

elektrocuteren

werkwoord

Betekenis

  1. doden of ter dood brengen door elektrische stroom

Vervoeging van elektrocuteren

elektrocuterenhele werkwoord — elektrocuteerdeverleden tijd enkelvoud — elektrocuteerdenverleden tijd meervoud — geëlektrocuteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik elektrocuteer elektrocuteerde
jij elektrocuteert elektrocuteerde
hij, zij, het elektrocuteert elektrocuteerde
wij elektrocuteren elektrocuteerden
jullie elektrocuteren elektrocuteerden
zij elektrocuteren elektrocuteerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geëlektrocuteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geëlektrocuteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
elektrocuteer gebiedende wijs
elektrocuteerde verleden tijd
elektrocutere aanvoegende wijs
elektrocuterend onvoltooid, deelwoord
er is geëlektrocuteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geëlektrocuteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geëlektrocuteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geëlektrocuteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geëlektrocuteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geëlektrocuteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geëlektrocuteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geëlektrocuteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geëlektrocuteerd verleden tijd, deelwoord
geëlektrocuteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëlektrocuteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëlektrocuteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëlektrocuteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëlektrocuteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëlektrocuteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëlektrocuteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëlektrocuteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëlektrocuteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëlektrocuteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geëlektrocuteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geëlektrocuteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geëlektrocuteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geëlektrocuteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geëlektrocuteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geëlektrocuteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geëlektrocuteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geëlektrocuteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëlektrocuteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geëlektrocuteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëlektrocuteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geëlektrocuteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geëlektrocuteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëlektrocuteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëlektrocuteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geëlektrocuteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geëlektrocuteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te elektrocuteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geëlektrocuteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen elektrocuteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geëlektrocuteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëlektrocuteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geëlektrocuteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëlektrocuteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geëlektrocuteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geëlektrocuteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geëlektrocuteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geëlektrocuteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geëlektrocuteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geëlektrocuteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geëlektrocuteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geëlektrocuteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geëlektrocuteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geëlektrocuteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geëlektrocuteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geëlektrocuteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geëlektrocuteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geëlektrocuteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geëlektrocuteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geëlektrocuteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal elektrocuteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal elektrocuteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal elektrocuteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geëlektrocuteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëlektrocuteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geëlektrocuteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geëlektrocuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëlektrocuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geëlektrocuteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëlektrocuteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geëlektrocuteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geëlektrocuteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geëlektrocuteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geëlektrocuteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou elektrocuteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou elektrocuteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou elektrocuteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geëlektrocuteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëlektrocuteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëlektrocuteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geëlektrocuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëlektrocuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geëlektrocuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëlektrocuteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëlektrocuteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëlektrocuteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden elektrocuteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden elektrocuteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden elektrocuteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geëlektrocuteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëlektrocuteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëlektrocuteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëlektrocuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geëlektrocuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geëlektrocuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëlektrocuteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëlektrocuteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëlektrocuteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt elektrocuteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geëlektrocuteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëlektrocuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëlektrocuteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen elektrocuteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen elektrocuteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen elektrocuteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen elektrocuteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geëlektrocuteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëlektrocuteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëlektrocuteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëlektrocuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geëlektrocuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geëlektrocuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëlektrocuteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëlektrocuteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëlektrocuteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult elektrocuteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geëlektrocuteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëlektrocuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëlektrocuteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse électrocuter (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van elektrocuteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
elektrocuteer gebiedende wijs elektrocuteren
elektrocuteerde verleden tijd elektrocuteren
elektrocuteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon elektrocuteren
elektrocuteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon elektrocuteren
elektrocutere aanvoegende wijs elektrocuteren
elektrocuterend onvoltooid deelwoord elektrocuteren
elektrocuterende woordvorm elektrocuteren
geëlektrocuteerd voltooid deelwoord elektrocuteren
geëlektrocuteerde woordvorm elektrocuteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van elektrocuteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over elektrocuteren

Wat betekent elektrocuteren?
Elektrocuteren is een werkwoord. Het woord betekent: doden of ter dood brengen door elektrische stroom.
Hoe vervoeg je elektrocuteren?
Je vervoegt elektrocuteren als volgt: de tegenwoordige tijd is elektrocuteer, de verleden tijd is elektrocuteerde en het voltooid deelwoord is geëlektrocuteerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord elektrocuteren is 29 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. E 1
  2. L 3
  3. E 1
  4. K 3
  5. T 2
  6. R 2
  7. O 1
  8. C 5
  9. U 4
  10. T 2
  11. E 1
  12. R 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 29 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

elektrocuteren levert met Wordfeud minimaal 27 en maximaal 111 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. E 1
  2. L 3
  3. E 1
  4. K 3
  5. T 2
  6. R 2
  7. O 1
  8. C 5
  9. U 2
  10. T 2
  11. E 1
  12. R 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 27 zonder bonus
  16. 111 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

elektrocuteren in het kort

elektrocuteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van elektrocuteren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort elektrocuteren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

elektrocuteren: doden of ter dood brengen door elektrische stroom
Deel elektrocuteren — standaardnederlands.nl