Naar de inhoud

egaliseren

gelijk maken, gladmaken

egaliseren

werkwoord

Betekenis

  1. gelijk maken, gladmaken
  2. nivelleren

Vervoeging van egaliseren

egaliserenhele werkwoord — egaliseerdeverleden tijd enkelvoud — egaliseerdenverleden tijd meervoud — geëgaliseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik egaliseer egaliseerde
jij egaliseert egaliseerde
hij, zij, het egaliseert egaliseerde
wij egaliseren egaliseerden
jullie egaliseren egaliseerden
zij egaliseren egaliseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geëgaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geëgaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
egaliseer gebiedende wijs
egaliseerde verleden tijd
egalisere aanvoegende wijs
egaliserend onvoltooid, deelwoord
er is geëgaliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geëgaliseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geëgaliseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geëgaliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geëgaliseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geëgaliseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geëgaliseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geëgaliseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geëgaliseerd verleden tijd, deelwoord
geëgaliseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëgaliseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëgaliseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëgaliseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëgaliseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëgaliseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëgaliseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëgaliseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëgaliseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëgaliseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geëgaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geëgaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geëgaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geëgaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geëgaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geëgaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geëgaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geëgaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëgaliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geëgaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëgaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geëgaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geëgaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëgaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëgaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geëgaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geëgaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te egaliseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geëgaliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen egaliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geëgaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëgaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geëgaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëgaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geëgaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geëgaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geëgaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geëgaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geëgaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geëgaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geëgaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geëgaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geëgaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geëgaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geëgaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geëgaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geëgaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geëgaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geëgaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geëgaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal egaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal egaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal egaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geëgaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëgaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geëgaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geëgaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëgaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geëgaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëgaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geëgaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geëgaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geëgaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geëgaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou egaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou egaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou egaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geëgaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëgaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëgaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geëgaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëgaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geëgaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëgaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëgaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëgaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden egaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden egaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden egaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geëgaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëgaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëgaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëgaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geëgaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geëgaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëgaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëgaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëgaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt egaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geëgaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëgaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëgaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen egaliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen egaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen egaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen egaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geëgaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëgaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëgaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëgaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geëgaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geëgaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëgaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëgaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëgaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult egaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geëgaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëgaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëgaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gelijkmaken, vereffenen’ voor het eerst aangetroffen in 1669

Woordfamilie van egaliseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
egaliseer gebiedende wijs egaliseren
egaliseerde verleden tijd egaliseren
egaliseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon egaliseren
egaliseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon egaliseren
egalisere aanvoegende wijs egaliseren
egaliserend onvoltooid deelwoord egaliseren
egaliserende woordvorm egaliseren
geëgaliseerd voltooid deelwoord egaliseren
geëgaliseerde woordvorm egaliseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van egaliseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over egaliseren

Wat betekent egaliseren?
Egaliseren is een werkwoord. Het woord betekent: gelijk maken, gladmaken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je egaliseren?
Je vervoegt egaliseren als volgt: de tegenwoordige tijd is egaliseer, de verleden tijd is egaliseerde en het voltooid deelwoord is geëgaliseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord egaliseren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. E 1
  2. G 3
  3. A 1
  4. L 3
  5. I 1
  6. S 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

egaliseren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. E 1
  2. G 3
  3. A 1
  4. L 3
  5. I 2
  6. S 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

egaliseren in het kort

egaliseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van egaliseren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort egaliseren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

egaliseren: gelijk maken, gladmaken
Deel egaliseren — standaardnederlands.nl