dwepen
werkwoordBetekenis
- ~ met ergens te gek op zijn, een te grote aantrekking tot iets voelen en dat te duidelijk laten merken
werkwoord
- ~ met ergens overdreven gek op zijn, een te grote aantrekking tot iets voelen en dat te duidelijk laten merken unergative
Vervoeging van dwepen
dwepenhele werkwoord — dweepteverleden tijd enkelvoud — dweeptenverleden tijd meervoud — gedweeptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dweep | dweepte |
| jij | dweept | dweepte |
| hij, zij, het | dweept | dweepte |
| wij | dwepen | dweepten |
| jullie | dwepen | dweepten |
| zij | dwepen | dweepten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dweep | gebiedende wijs |
| dweepte | verleden tijd |
| dwepe | aanvoegende wijs |
| dwepend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedweept | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedweept | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedweept | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedweept | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedweept worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedweept zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedweept worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedweept zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedweept | verleden tijd, deelwoord |
| gedweept te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedweept zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedweept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedweept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedweept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedweept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedweept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedweept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedweept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedweept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedweept | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedweept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedweept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedweept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedweept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedweept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedweept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dwepen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedweept | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dwepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal dwepen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dwepen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dwepen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedweept hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedweept hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedweept hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou dwepen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dwepen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dwepen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedweept hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedweept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedweept hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dwepen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dwepen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dwepen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedweept hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedweept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedweept hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dwepen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedweept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dwepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dwepen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dwepen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dwepen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedweept hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedweept hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedweept hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dwepen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedweept hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘overdreven verering koesteren’ voor het eerst aangetroffen in 1785
Woordfamilie van dwepen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dweep | gebiedende wijs | dwepen |
| dweept | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dwepen |
| dweepte | verleden tijd | dwepen |
| dweepten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dwepen |
| dwepe | aanvoegende wijs | dwepen |
| dwepend | onvoltooid deelwoord | dwepen |
| dwepende | woordvorm | dwepen |
| gedweept | voltooid deelwoord | dwepen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dwepen zijn vastgelegd.